Special: Emotie bij Ferrari

Special: Emotie bij Ferrari

11 oktober 2007 – Ferrari won afgelopen zondag haar tweehonderdste race in de Formule 1. Leuk voor de statistieken, maar de echte focus zal liggen op het behalen van het kampioenschap bij de coureurs. Echter, in de historie van het Italiaanse merk zijn enkele momenten terug te vinden die voor de tifosi misschien wel mooier waren dan het behalen van een titel. Vandaag in de special: Emotie bij Ferrari.



Met Jean 'Napoleon' Todt en Kimi 'Iceman' Raikkonen als belangrijkste spelers binnen Ferrari is het moeilijk voor te stellen, maar het trotse merk was vroeger een emotioneel bolwerk, dat de zaken geregeld op fantastische wijze in de soep liet lopen. Aan het hoofd van de organisatie stonden niet zelden uiterst nerveuze Italianen, die handelden in opdracht van 'Commendatore' Enzo Ferrari, die als een soort Godfather diende en eenzelfde angst inboezemde.

Enzo wilde winnen. Altijd. Als iemand dat niet kon, lag het aan de coureur. Nooit aan de auto. Het was immers een Ferrari, de beste auto die er was. Kritiek hebben op het materiaal was uit den boze. Niki Lauda waagde het ooit en hem werd in niet mis te verstane bewoordingen uitgelegd dat hij vanaf nu zonder te zeuren een seconde per ronde harder moest gaan. Lauda bond in en deed wat er van hem gevraagd werd. Met Enzo spotte je niet.

Ferrari doet de afgelopen tien jaar, afgezien van 2005, elk seizoen mee om de titel. Dat was vroeger wel anders. Toen waren er periodes waar bij wijze van spreken 'per ongeluk' werd gewonnen. Meestal gebeurden dit soort wonders op het circuit van Monza. Eens in de zoveel jaar waren de goden Ferrari gunstig gezind en werd er op Monza een kunststukje uitgehaald. De Italiaanse fans die er bij waren, zullen de verhalen met tranen in hun ogen aan hun kleinkinderen vertellen.

Michele Alboreto

In 1988 won McLaren alles wat er te winnen viel en maakte Ferrari, voor de zoveelste keer, geen schijn van kans op de wereldtitel. Gerhard Berger en Michele Alboreto hobbelden vaak kansloos achter Senna en Prost aan. In Monza viel Alain Prost halverwege de race uit met een kapotte motor, maar reed Senna fluitend aan kop. De briljante Braziliaan kon soms echter schandalig in de fout gaan en op 11 september 1988 had hij een van zijn momenten.

Met nog twee ronden te gaan stuitte Senna op achterblijver Jean-Louis Schlesser. Ondanks vier straatlengtes voorsprong moest en zou Senna er direct voorbij. In de eerste chicane ging Schlesser bijna op het gras om de McLaren er langs te laten, maar Senna kreeg het voor elkaar om met zijn achterwiel over het voorwiel van de Fransman te rijden. Twee ronden moest hij nog en hij gooide de zege weg.

Monza was die dag in een mineurstemming. Enzo Ferrari was nog niet zo lang geleden overleden en dit was de eerste Italiaanse Grand Prix zonder de grote man. Toen Senna echter in een wolk van stof zijn Waterloo vond, stonden alle tifosi op. Huilend, juichend, schreeuwend brulden ze Berger en Alboreto, eerst ver achter Senna tweede en derde, naar de finish. Ferrari won één race in 1988 en ze hadden het niet beter kunnen timen. Monza ontplofte en de tifosi namen bezit van het rechte stuk. Tot diep in de nacht bleef het onrustig in het park...

Andretti

Zes jaar eerder was de rouwstemming in Italië niet minder. De tifosi haden Gilles Villeneuve verloren en hoopten met Didier Pironi nog voor de titel te kunnen gaan. Pironi verbrijzelde echter zijn benen in een vreselijk ongeluk op het circuit van Hockenheim en het zo veelbelovende jaar werd een vreselijk drama. Voor Monza wilde Ferrari iemand laten rijden die het moreel van de fans weer wat kon opkrikken. Mario Andretti werd gebeld en nam in Monza voor het eerst sinds jaren weer plaats in een Formule 1-wagen.

Andretti, Italiaan van origine, kon rekenen op een warm welkom van de tifosi. Hij had nog nooit in een turbo-wagen gereden, maar op zaterdag ging het er echt om. Hij moest en zou de fans iets te juichen geven. De kwalificatie was spannend. Andretti kon verrassend goed meekomen en streed constant mee om een plaatsje vooraan. Vlak voor het einde van de sessie hield Monza zijn adem in. De Ferrari van Andretti reed langzaam de pits uit, zich voorbereidend op een allerlaatste poging.

Als een briesend paard denderde Andretti de Parabolica uit, voor zijn ultieme ronde. De Ferrari gleed en bokte, maar Andretti hield de teugels stevig vast. Aan het einde van de ronde juichte Monza alsof ze zojuist wereldkampioen waren geworden. Mario Andretti, de oude Andretti, pakte de pole-position voor de race van zondag. Een dag later werd hij derde, maar dat was mooi genoeg voor Italië. Na een dramatisch verlopen seizoen, konden ze eindelijk weer juichen voor hun Ferrari. Eindelijk was dat gevoel weer terug.

Ferrari maakt al jaren eigenlijk voor elke race kans op de zege. Winnen is bijna gewoon geworden. Schumacher heeft het team, samen met Todt en Ross Brawn, naar enorme hoogten gestuwd. Kampioenschappen werden aaneengeregen en in Monza werd bijna altijd gewonnen. Winnen is gewoon geworden. Vroeger moesten de tifosi soms jaren wachten en als er dan eindelijk weer eens gewonnen werd, werden ze helemaal gek.

De emotie is er wat af bij Ferrari. Tuurlijk, Rubens Barrichello en Felipe Massa huilden bij hun eerste zege, maar dat hadden ze ook gedaan als ze in een McLaren hadden gewonnen. Ook de fans wennen aan de zeges. En niemand zal ooit zeggen dat winnen vervelend is, maar er zullen ongetwijfeld enkele fans zijn, die met weemoed terugdenken aan de tijd dat er wonderen verricht werden door 'hun' Ferrari. Dat ze er in Monza opeens stonden, terwijl de rest van het jaar achter de feiten aangelopen werd. De onverwachte extase. De tijden zijn veranderd...

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. zondag 27 september 2020

  2. zaterdag 26 september 2020