Achtergrond: de wisselende successen van invallers

Achtergrond: de wisselende successen van invallers

15 november 2013 – Invallen voor een geblesseerde, ontslagen of ontevreden coureur. Het is een veelal ondankbare taak, die slechts zelden een opstapje blijkt voor iets mooiers. Meestal is het voor de teams zelf een kwestie van roeien met de riemen die ze hebben en is het aan de coureurs om er het beste van te maken. Heikki Kovalainen kan zijn borst natmaken, maar eerst een terugblik op een aantal spraakmakende invallers.



De meest succesvolle invalbeurt resulteerde niet direct in tastbare resultaten, maar was wel de aftrap voor de meest succesvolle carrière in de geschiedenis van de sport. Toen Bertrand Gachot in 1991 een taxichauffeur naar de strot vloog en hem met pepperspray had bespoten, mocht een jonge Michael Schumacher instappen bij Jordan. Hij reed op zondagmiddag welgeteld driehonderd meter, maar had op de dagen ervoor iedereen laten zien dat hij beschikte over een enorm talent. Dat hij niet ver kwam in de race, lag aan een opgebrande koppeling. Ze waren de kleine Michael nog even vergeten uit te leggen hoe een start dient te verlopen. In het daaropvolgende raceweekend reed Schumacher voor Benetton en een jaar later won hij zijn eerste race. De fundering voor een meer dan gezonde racecarrière was gelegd, allemaal dankzij één invalbeurt.

Invallen kan ook een zeer trieste aangelegenheid zijn. David Coulthard kreeg in 1994 een loden last op zijn schouders, toen hij in de auto van de overleden Ayrton Senna stapte. Later kreeg Nigel Mansell dat stoeltje, want DC - net droog achter de oren - moest eigenlijk in andere omstandigheden zijn debuut maken. Die andere omstandigheden kwamen in 1995, toen hij een meer dan verdienstelijk seizoen kende. Die paar races in 1994 maken nog altijd diepe indruk op Coulthard. Eigenlijk was het te veel voor een jonge coureur.

Onze eigen Jos Verstappen begon zijn loopbaan ook als invaller. Toen JJ Letho in 1994 zijn nek blesseerde in een test, mocht de Nederlander zijn stoeltje overnemen. Het debuut van Verstappen eindigde met een spectaculaire salto in Sao Paulo en Verstappen zou dat jaar meer dan eens van de baan schieten. Het leverde hem het stempel 'grindbaktoerist' op, een stereotype dat hem tot op de dag van vandaag achtervolgt. Ietsje overdreven, want de tweede Benetton van 1994 was een zeer lastige auto om te besturen en Verstappen reed naast Michael Schumacher, de man die dat jaar wereldkampioen werd. Het enige wat Verstappen te verwijten viel, was iets te veel geldingsdrang.

Mika Salo liet in 1999 zien wat men al die tijd gemist had, toen hij inviel voor Michael Schumacher. Niet alles verliep even succesvol, maar in Hockenheim klopte alles. Toen vroege raceleider Mika Hakkinen met een enorme klapband het toneel had verlaten, leek Salo zelfs op weg naar de overwinning. Deze kwam er niet, want hij moest Eddie Irvine laten winnen. Irvine was immers verwikkeld in een gevecht om de wereldtitel. Naar verluidt heeft Irvine Salo rijkelijk beloond voor zijn gebaar en de Fin kreeg voor 2000 een stoeltje bij het door Ferrari-motoren aangedreven Sauber. Het jaar erna kreeg hij de ondankbare taak om Toyota door een uiterst moeizaam eerste seizoen te loodsen. Het was goed voor de portemonnee, maar Salo was ongetwijfeld liever bij Ferrari gebleven.

Ook iemand die lang kon teren op een invalbeurt, was Kamui Kobayashi. Hij stapte in 2009 voor enkele races in bij Toyota, waar hij zó'n goede indruk maakte, dat Sauber hem gelijk vastlegde voor de komende drie seizoenen. Hier kende Kobayashi wisselende successen, die varieerden van geweldige resultaten (hoogtepunt: Japan 2012, derde) tot ronduit domme ongelukken. Inmiddels is hij actief bij Ferrari en lijkt zijn Formule 1-loopbaan alweer voorbij. Maar die twee races in 2009 hebben hem in ieder geval een paar mooie jaren gegeven.

Soms gaat een invalbeurt ook helemaal fout. Het beste voorbeeld is, zonder enige twijfel, Luca Badoer. Badoer was in de jaren '90 geen hoogvlieger, maar wel een goede testrijder voor Ferrari. Het Italiaanse team wilde hem in 2009 terugbetalen voor jarenlange trouwe dienst, door hem in te zetten als vervanger van Felipe Massa, die in Hongarije gewond was geraakt. Dat was geen goed idee. Badoer reed enkel in Spa en Valencia, maar maakte zichzelf daar dan ook volkomen belachelijk. Hij was veel te langzaam en reed eigenlijk alleen maar in de weg. Ferrari schaamde zich dood en nam Giancarlo Fisichella in de arm. Ook dat was geen succes, want ook hij bleef puntloos. Maar zo ongelooflijk waardeloos als Luca Badoer was het in ieder geval niet.

En nu mag Heikki Kovalainen proberen om in ieder geval wat punten te pakken voor Lotus. Het team is verwikkeld in een vinnig gevecht om de tweede plaats bij de constructeurs en kan zijn ervaring goed gebruiken. Zijn instappen is trouwens een slag in het gezicht van Davide Valsecchi, die al het hele jaar wachtte op deze kans. Het toont des te meer aan dat de term 'derde coureur' een wassen neus van jewelste is. Kovalainen zal er blij mee zijn. Een goed optreden in Texas en Sao Paulo kan zijn onderhandelingspositie voor volgend seizoen behoorlijk versterken.

Ivo Pakvis
Twitter: @ipakvis

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. donderdag 2 juli 2020

  2. woensdag 1 juli 2020

  3. dinsdag 30 juni 2020