Vijf hoogtepunten uit dertig jaar GP van Hongarije

Vijf hoogtepunten uit dertig jaar GP van Hongarije

26 juli 2015 – Vandaag (zondag) is het tijd voor de dertigste editie van de Grote Prijs van Hongarije. Het circuit in Mogyorod, dat in 1986 in gebruik werd genomen, heeft al voor veel memorabele momenten gezorgd. GPUpdate.net zet vijf onvergetelijke gebeurtenissen uit de afgelopen 29 races op de Hungaroring op een rijtje.



Het podium van Jos

Ja, stiekem een beetje chauvinistisch, maar het enige podium waar Jos Verstappen ook echt lijflijk op gestaan heeft, is die van Hongarije. In het chaotische debuutjaar 1994 mocht de Montforter na een bekeken race op het krappe baantje de champagne rondspuiten. Slechts twee weken na zijn pitstopincident, waar de destijds 22-jarige Benetton-rijder van geluk kon spreken dat hij 'alleen maar' een verbrande neus had, stond de teamgenoot van Michael Schumacher alweer aan de start. Vanaf een twaalfde plaats werden er geen wonderen verwacht van de jongeling, maar gaandeweg wist hij zich door het veld te banen. Door een goede strategie en het op de baan houden van de wagen vond Verstappen zich een tweetal ronden voor het einde terug op de vierde plaats, toentertijd goed voor drie waardevolle WK-punten. Nadat Schumacher onze landgenoot zich liet 'unlappen' kwam zelfs het onmogelijk geachte uit: door het stilvallen van de op P3 rondrijdende Martin Brundle, klom de vader van de toen nog niet geborene Max Verstappen naar een podiumplaats. Monfort was in rep en roer, Nederland had eindelijk een ereplaats in de F1 te pakken.

De eerste van Button

Jarenlang werd hij bestempeld als 'het talent', en dat 'ie kon rijden dat wisten we inmiddels ook wel, maar die eerste overwinning, die wilde maar niet komen. Jenson Button reeg met name in 2004, toen zijn BAR-Honda op een gegeven moment de op een na beste bolide van het veld was, de podiumplaatsen aaneen. En hij was een aantal keren héél dichtbij: in de enerverende Grand Prix van Monaco dat jaar had de uiteindelijke winnaar Jarno Trulli geen centimeter verkeerd hoeven te zitten, anders was de Brit met de zege aan de haal gegaan. In de spectaculaire GP van Hongarije in 2006 (de eerste regenrace aldaar, de eerste twintig edities waren droog) was het dan eindelijk raak. Als veertiende vertrokken, doordat hij na een motorwissel tien plaatsen straf had moeten slikken, stond Button na bijna twee uur racen op het hoogste ereschavot. Zonder geluk vaart niemand wel, en ook de Honda-coureur had het aan zijn zijde door het uitvallen van de op dat moment leidende Fernando Alonso en het vlak voor tijd terugvallen van Schumacher. Toch reed Button na zeven ronden al op de vierde plaats. En waar bijvoorbeeld pole-man Kimi Räikkönen zich verslikte in een achterblijver, hield de latere wereldkampioen zijn hoofd koel in de Hongaarse regen. Het was zo'n dag waarop alles kon, waarop Button toesloeg. De beelden van een snikkende vader John Button, die bij de monteurs onder het podium stond, zal menig autosportfan zich nog lang heugen.

Racen achter het IJzeren Gordijn

Bernie Eccelstone had al jarenlang plannen om het F1-circus ook achter het IJzeren Gordijn te krijgen, maar de voormalig Brabham-teambaas kreeg in 1985 eindelijk voet aan wal. Waar de commerciële topman eerst liever een wedstrijd in de Sovjet-Unie wilde houden, kwam hij na een tip van een vriend uit bij Budapest. Nabij Mogyorod werd eind 1985 begonnen met de bouw van een circuit, dat qua eigenschappen op dat van Monaco moest lijken. Meer dan 200.000 toeschouwers uit heel Oost-Europa kwamen op 10 augustus 1986 naar de Hungaroring om de allereerste Formule 1-race aldaar te zien. Het werd een Braziliaans feestje: Ayrton Senna en Nelson Piquet streden op het scherp van de snede, waar de laatstgenoemde uiteindelijk als winnaar uit de bus kwam na een gedurfde inhaalactie, buitenom in de eerste bocht. Hongarije had naam gemaakt en zou niet meer van de kalender weg te denken zijn.

Net niet helemaal voor de wereldkampioen

Vier seizoenen lang had Damon Hill zich kunnen meten aan de beste coureurs ter wereld. Alain Prost, Michael Schumacher, Ayrton Senna; hij versloeg ze allemaal. Met de jaar op jaar briljant blijvende Williams wist de kampioenszoon 21 Grands Prix te winnen, een gemiddelde van vijf per seizoen. Na het eerste jaar, waar Hill het knechtje van Prost was, en het overlijden van Senna werd de Brit kopman van het team van Frank Williams. Waar hij in 1994 nét tekort kwam op Schumacher, was de Duitser het volgende jaar toch een maatje te groot. 1996 werd het jaar van Hill: met negen overwinningen schreef hij de titel op zijn naam. Williams had echter niet veel fidusie meer in de op dat moment al 36-jarige Brit en besloot hem te vervangen door Heinz-Harald Frentzen. Met zijn ziel onder de arm klopte Hill aan bij Tom Walkinshaw, de teambaas van Arrows. Alle topzitjes waren al bezet en er zat niet veel anders op dan het startnummer 1 op de blauwe wagens te plakken. Een dramatische start van het seizoen zag Hill na acht races nog puntloos, maar de Hongaarse GP was het lichtpuntje van het jaar. Daar waar de Arrows-rijder vier jaar eerder zijn eerste zege boekte, ving hij als derde aan, schoof hij bij de start een plaatsje op en pakte hij na tien ronden zijn aartsrivaal Schumacher voor de leiding. Het wonder van de Hungaroring leek zich te voltooien, Hill reed een snaarstrakke race en had een megavoorsprong op nummer-twee Jacques Villeneuve. Een haperende versnellingsbak verpestte het sprookje van Arrows; in de allerlaatste ronde kon Villeneuve, al moest hij er voor door het gras, zijn oud-teamgenoot inhalen voor de zege. Een beteuterde Hill zorgde met P2 voor een evenaring van het beste resultaat van Arrows, maar greep nét mis voor wat misschien wel zijn mooiste overwinning had kunnen zijn.

Een groot talent pakt zijn eerste zege

We schrijven 2003. Zijn eerste polepositie was al een feit: die had hij in maart al behaald. Räikkönen en Rubens Barrichello bleken in de race nog iets te sterk, maar het eerste podium was binnen. Fernando Alonso mocht in de verzengende Hongaarse hitte weer vooraan vertrekken. Dit keer zou hij het wel winnend weten af te sluiten. Een dominant optreden, zoals we later nog vaker van de Spanjaard zouden zien, leverde de Renault-coureur zijn allereerste overwinning in de Formule 1 op. Vijfvoudig wereldkampioen Schumacher kon geen kant op met zijn Ferrari en moest zich gelukkig stellen met een puntje voor de achtste plaats. De recordbrekende Duitser moest lijdzaam toezien hoe Alonso zelfs hem op een ronde achterstand wist te zetten. Een nieuwe ster was geboren, we zouden een 'toekomstig wereldkampioen' aan het werk hebben gezien en Alonso zelf was uitzinning van vreugde. Twee jaar later was het al raak: in september 2005 werd de Spanjaard (op dat moment) de jongste wereldkampioen van de Formule 1. De basis was in Hongarije gelegd.

Wat is volgens jou het meest memorabele racemoment uit de Hongaarse GP-historie? Reageer hieronder met je Facebook-account!

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. maandag 20 januari 2020

  2. zondag 19 januari 2020

  3. zaterdag 18 januari 2020

  4. vrijdag 17 januari 2020