Achtergrond: de zege door je vingers zien glippen

Achtergrond: de zege door je vingers zien glippen

5 juli 2016 – Er was weer behoorlijk veel te schrijven over het verloop van de Grand Prix van Oostenrijk, met name de laatste ronde ontkwam er niet aan. Nico Rosberg verloor een zeker lijkende overwinning door fel te counteren op een aanval van teamgenoot Lewis Hamilton, al beweerde teambaas Toto Wolff dat het samenkomen van beiden mede te maken had met een probleem aan het brake-by-wire-systeem van Rosberg. GPUpdate.net spit in de historie en haalt andere coureurs tevoorschijn die in de laatste ronde een zege door de vingers zagen glippen.

Brabham's falen, Sebring 1959 en Monaco 1970

Waar Alberto Ascari officieel de eerste rijder is die de zege vergooide in de laatste ronde (Monza, 1953) vangen wij deze special een aantal jaren later aan. Jack Brabham knokt voor zijn eerste F1-titel als het circus naar Sebring afreist. De Australiër, bijgenaamd Black Jack vanwege het stof dat de coureurs ten tijde van de pothelmpjes moesten happen, rijdt aan de leiding alvorens zijn Cooper begint te sputteren. Teamgenoot Bruce McLaren durft Brabham niet in te halen, maar rijdt er alsnog langs als zijn collega driftig begint te zwaaien. Brabham duwt zijn Cooper als vierde over de meet en stelt zijn kampioenschap veilig, McLaren wordt betiteld als de jongste racewinnaar ooit, maar de Nieuw-Zeelander is dat door de meetellende Indy 500 in feite nooit geweest.


Brabham doemt nog een keer op in dit lijstje: ook in de Grand Prix van Monaco 1970 loopt hij de overwinning mis, al heeft hij het ditmaal aan zichzelf te danken. Met de snelle Jochen Rindt in zijn kielzog rijdt Black Jack voor de laatste keer op de Gazomêtre (de latere Anthony Noghes-bocht) af, maar hij laat zich in een fout dwingen. De dan al 44-jarige Brabham moet lijdzaam toezien hoe Rindt op het laatste moment alsnog kan zegevieren.

Monaco 1982: Vier leiders vallen uit in de laatste twee ronden

Een veel gekkere finish ga je in de 66-jarige historie van de Formule 1 niet vinden. Een maand voor de Monegaskische GP van 1982 hebben Gilles Villeneuve en Didier Pironi knallende ruzie gekregen omdat de laatstgenoemde zijn Ferrari-collega luttele bochten voor de streep in Imola tegen de afspraken in voorbij steekt, maar wat er eind-mei 1982 voorvalt is racetechnisch nog veel idioter. Alain Prost lijkt de winnaar te worden in de straten van Monaco, maar de Fransman stuitert met nog twee-en-een-halve ronde te gaan in de vangrails. Riccardo Patrese erft de leiding, maar hij spint in de Loews-hairpin en zakt naar P3. Pironi is de nieuwe leider: de Ferrari-coureur treft ook geen geluk, hij moet zijn wagen in de laatste ronde parkeren wegens een probleem met de ontsteking. Andrea de Cesaris lijkt te winnen, maar de Italiaan komt zonder brandstof te staan en zodoende zegeviert Patrese. Over ontknopingen gesproken!

Mansells stupiditeiten in Canada, 1991

Negen jaar later maakt Nigel Mansell mogelijk de grootste blunder van zijn leven. Na dominerend rond te hebben gereden tijdens de Grand Prix van Canada op het circuit van Montréal besluit de besnorde Brit het rustig aan te gaan doen in de laatste omloop. Een handje komt voorzichtig uit de cockpit, die begint te zwaaien naar het publiek. Mansell mindert echter zoveel vaart dat zijn wagen in de neutraal schiet: de Brit komt de hairpin uitgekropen en moet tot zijn eigen ontsteltenis de bolide met het rode nummer vijf enkele honderden meters voor de streep aan de kant zetten. Zijn oude rivaal Nelson Piquet profiteert dankbaar en boekt zijn laatste GP-zege.


Villeneuves kampioenschapsjaar, 1997

De Canadees Jacques Villeneuve is één van de vijf rijders die deze situatie in één seizoen van beide kanten heeft gezien. Pironi was de eerste, toen hij in 1982 de race op Imola won in de laatste ronde en twee wedstrijden later de overwinning in Monaco verloor in de laatste omloop. Villeneuve kon in 1997 Damon Hill van de zege afhouden toen de Arrows van de regerend wereldkampioen begon te pruttelen in de laatste ronde van de Hongaarse GP, maar hij verloor ook een overwinning door wel heel rustig de laatste ronde in de seizoensafsluiter op Jerez te voltooien. Hierdoor kon het McLaren-duo Mika Häkkinen-David Coulthard nog langszij komen: het betekende de eerste zege voor de Fin. Dankzij zijn derde plaats aan de meet ging Villeneuve aan de haal met het kampioenschap.

Het drama van Häkkinen in Barcelona, 2001

Waar tweevoudig wereldkampioen Mika Häkkinen in het jaar na zijn tweede titel nog de belangrijkste uitdager van Michael Schumacher was, sprak men in 2001 van een valse start. In de eerste vier races werden slechts vier puntjes gescoord, daar waar zijn rivaal in het rood tweemaal zegevierde en een tweede plek scoorde. In Barcelona, op het circuit waar Häkkinen de afgelopen drie seizoenen wist te winnen, leek het eindelijk weer de kant van de Fin op te komen. Na een snaarstrakke race ving Häkkinen de laatste ronde aan met een straatlengte voorsprong op Schumacher, maar zijn Mercedes-motor gooide roet in het eten door na een paar bochten blauwe rookpluimen uit te sputteren. Häkkinen moest een zeker lijkende zege weggeven aan Schumacher. Aan het eind van het seizoen loste de Fin een sabbatsjaar in, wat achteraf gezien zijn pensioen zou betekenen.

De Ferrari-stunts van 2002: Oostenrijk en de Verenigde Staten

Ook al zouden de puristen de volgende twee mannen niet meerekenen, in de officiële statistieken zijn Michael Schumacher en Rubens Barrichello beiden een keer slachtoffer én spekkoper geweest na een positiewisseling in de laatste ronde. Tijdens het treffen op Spielberg in mei 2002 moest Barrichello stalmaat Schumacher het meeste aantal punten gunnen na een teamorder van de Ferrari-bazen, omdat dit naar hun zeggen beter was voor de kampioenschapsaspiraties van de laatstgenoemde (ondanks dat deze al royaal vooraan stond in de titelstrijd). Schumi wilde orde op zaken stellen door Barrichello maanden later voor de streep op het Amerikaanse Indianapolis opzichtig langszij te laten, dit tot ongenoegen van het toch al zo kritische publiek.

Kimi's pech en Kimi's geluk in 2005

In het huidige veld zien we de vijfde man terug die zowel de goede kant als de keerzijde van de medaille in een jaargang heeft gezien: Kimi Raikkonen kon een overwinning op de Nürburgring in het voorjaar van 2005 op zijn buik schrijven nadat de wielophanging van zijn McLaren het in de laatste ronde begaf, maar sloeg hard terug toen het kampioenschap inmiddels in zijn nadeel was beslist. Giancarlo Fisichella tourde rustig aan kop tijdens de Grand Prix van Japan, maar Raikkonen kwam in de slotronden snel naderbij en de ijskoude Fin versloeg een nietsvermoedende Italiaan door hem op briljante wijze buitenom in te halen. Eén van zijn mooiste overwinningen ooit, zo oordeelde The Iceman later.

Vettel maakt Buttons allermooiste mogelijk, Montréal 2011

Eén van de meest memorabele races van de afgelopen twintig jaar moet absoluut het Canadese treffen van 2011 zijn. De langste race ooit (vier uur, waar een code rood van meer dan twee uur was) zag Jenson Button in zijn McLaren in de allerlaatste ronde voorbij steken aan de Red Bull van Sebastian Vettel, die in dat seizoen tot dan toe nagenoeg ongenaakbaar bleek. De Brit kende een ongelooflijk moeilijke race: na vanaf P7 te zijn gestart drukte hij na zeven van de zeventig ronden teamgenoot Lewis Hamilton in de muur, en moest hij de pits in om zijn wagen te laten checken. Vanuit het achterveld klom de Brit gestaag op naar P10, alvorens de race werd gestopt vanwege de harde regenval.

Bij de herstart was het direct weer raak: een samenkomen met Fernando Alonso kostte de Spanjaard zijn race en leverde Button een drive-through penalty op. Terugkerend op de laatste plaats (21ste, dankzij drie uitvallers) baande de McLaren-rijder zich een weg door het veld heen. Na het verwijzen van een sterke Schumacher en Vettels collega Mark Webber doemde Button op in de spiegels van Vettel. De Duitser, die zich niet heel vaak op fouten liet betrappen, werd onrustig en miste zijn aanrempunt voor de zesde bocht. Button won de race, eentje die hij nooit zal vergeten. De zure druiven waren voor Vettel snel verdwenen: na een dominante tweede seizoenshelft eiste hij met nog vier races te gaan het kampioenschap al op.

Door: René Oudman

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. donderdag 2 juli 2020

  2. woensdag 1 juli 2020

  3. dinsdag 30 juni 2020