Achtergrond: Fransen en de koningsklasse van de autosport

Achtergrond: Fransen en de koningsklasse van de autosport

10 augustus 2016 – Waar Lewis Hamilton in Oostenrijk zorgde voor de 250ste zege van een Britse coureur in de Formule 1 en daarmee de koppositie van het land wat betreft overwinningen onderstreepte, volgt Frankrijk op een niet misselijke vierde plaats, achter Duitsland en Brazilië. Het wijnland mocht tot dusver 79 keer haar volkslied afspelen na afloop van een Grand Prix en kent met Esteban Ocon, de nieuwe coureur van Manor, haar 71ste rijder op het hoogste niveau. GPUpdate.net neemt de racegeschiedenis van het land onder de loep.



Vier Fransen stonden er aan de start van de allereerste Formule 1-race ooit, de Grand Prix van Groot-Brittannië in 1950. Yves Girand-Cabantous, Louis Rosier, Philippe Etancelin en Eugene Martin namen de honneurs waar, allen in een Talbot Lago. Ten tijde van de seizoensafsluiter in Monza was dat aantal zelfs opgelopen tot acht: onder anderen Maurice Trintignant had zich ondertussen aan de nieuwe raceklasse gewaagd.

Diezelfde Trintignant werd in 1955 de eerste Fransman die winnend over de streep kwam: na de Monegaskische GP in 1955 kon de Marseillaise worden gedraaid. Waar de Italianen en de Britten zeges en kampioenschappen bij de vleet veroverden, moesten de Fransen heel veel geduld hebben. Na wederom in Monaco glorieus te zijn geweest (1958), moest Trintignant in het verdere verloop van zijn carrière genoegen nemen met de overige podiumplaatsen. Op Sebring, in 1959, kwam de man uit de Vaucluse slechts zes tienden van een seconde tekort op winnaar Bruce McLaren.

In de jaren '60 werd geen enkele overwinning geboekt, maar met François Cevert leek de toekomst begin 1970 te zijn veiliggesteld. De kroonprins van de mannen die om een March reden moest in zijn debuutseizoen nog even wennen en kwam onder de vleugels van teamgenoot Jackie Stewart in het daaropvolgende jaar tot bloei. Een prachtige overwinning op Watkins Glen deed de harten van de Fransen sneller kloppen, maar tot wasdom kwam Cevert helaas nooit. De man met de zeeblauwe ogen stierf in het harnas na een verschrikkelijk ongeval op hetzelfde Watkins Glen, twee jaar na zijn zegetocht. Een gebroken Stewart, die na het raceweekend zijn helm aan de wilgen wilde hangen, besloot per direct te stoppen na het overlijden van zijn vriend en protégé.

Na een derde zege in de straten van Monaco, die overwinnaar Jean-Pierre Beltoise evenveel deed verrassen als alles en iedereen om hem heen, moest Frankrijk weer even wachten. De hoogtij brak aan: het team van Ligier, dat in 1976 debuteerde, werd de nationale trots en rijders Jacques Laffite en (later) Patrick Depailler de helden. Toen Renault zich met Jean-Pierre Jabouille en René Arnoux ook nog in de strijd kwam mengen was de beer los: in 1979, '80 en '81 werd er aan de lopende band door Fransen gewonnen. Voor Ferrari sleepten Didier Pironi en Patrick Tambay overwinningen in de wacht: de eerstgenoemde moest de titel in 1982 na een zware crash op de Hockenheimring aan Keke Rosberg laten.

Hét grote talent moest echter nog opstaan. In de persoon van Alain Prost liep begin 1980 een jonge krullebol de paddock binnen, iemand die het beeld van de komende veertien jaar zou gaan beheersen. Zijn uitgekiende manier van racen en zijn geduldige houding leverden Prost de bijnaam Le Professeur op, maar deze professor wist hoe hij moest scoren. In 1983 en '84 werd er (nipt) naast de titel gegrepen, maar in de daaropvolgende twee seizoenen was het raak: Frankrijk had ein-de-lijk haar Formule 1-wereldkampioen. In een spannend tijdperk met helden als Nelson Piquet, Nigel Mansell en last but not least Ayrton Senna, wist Prost nog tweemaal kampioen te worden, om zich tussen de allergrootsten van de sport te scharen. Slechts Michael Schumacher wist hem later, zegetechnisch, te overtreffen.

Het vervolg van de Fransen in de koningsklasse was niet denderend: Jean Alesi en Olivier Panis werden als twee supertalenten gezien, maar zowel de Siciliaan als de Lyonees zegevierde 'slechts' eenmaal. Bij Alesi lag dat met name aan pech en verkeerde beslissingen, bij Panis kunnen we concluderen dat er wellicht niet veel meer voor hem in het vat had gezeten. Tot op heden is de overwinning van Panis in de straten van Monaco de laatste voor een Fransman gebleken.

In het nieuwe millennium zagen we Fransen komen en gaan: Franck Montagny, Sebastien Bourdais, Jean-Eric Vergne en Charles Pic konden het echter niet bolwerken. Jules Bianchi had de nieuwe Prost moeten worden, maar een noodlottig ongeval in de Japanse GP van 2014 beroofde hem uiteindelijk van het leven. Romain Grosjean is, na zijn lastige, halve, debuutjaar in 2009 inmiddels een vaste speler in de F1. De Haas-rijder werd in verband gebracht met Ferrari, maar sinds de prestaties afzwakken en Kimi Raikkonen aldaar heeft bijgetekend horen we daar ook weinig meer van. Kan Ocon de nieuwe hoop in bange, Franse dagen worden?

Door: René Oudman

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. maandag 26 oktober 2020

  2. zondag 25 oktober 2020