Achtergrond: als er geen titelhouder op de grid staat

Achtergrond: als er geen titelhouder op de grid staat

4 december 2016 – Na de onverwachtse aankondiging van nieuwbakken wereldkampioen Nico Rosberg om zijn carrière een halt toe te roepen, zal er in 2017 voor de eerste keer in 23 jaar geen regerend titelhouder aan de start verschijnen. In 1994, het jaar waarin Jos Verstappen debuteerde, Ayrton Senna overleed en Michael Schumacher zijn eerste titel won, was er eveneens geen rijder die zijn titel verdedigde. Alain Prost was destijds degene die zijn helm aan de wilgen hing. GPUpdate.net slaat de geschiedenisboeken eropna.



Terug in de tijd


In een ver verleden, we schrijven 1958, is het gedaan met de dominantie van de Italiaanse merken. Alfa Romeo, Ferrari en Maserati hebben tot dan toe het merendeel van de kampioenschappen verdeeld, al worden de prestaties puur de coureur aangeschreven: El Maestro Juan Manuel Fangio wint maar liefst vijf titels in zeven seizoenen tijd en doet dat voor vier verschillende merken.

Vanwall, het team van de met Nederlandse roots rondwandelende Tony Vandervell, heeft in '58 met Tony Brooks en Stirling Moss een gouden duo. Het Britse tweetal wint zes van de elf races voor Vanwall, wiens wagen pas klaar is voor de tweede race. Zodoende rijdt Moss het eerste treffen voor Cooper, een wedstrijd die hij ook op zijn naam schrijft.

Het is echter Brooks noch Moss die de titel wint: die eer gaat naar Mike Hawthorn, die uitkomt voor Enzo Ferrari. Door berekenend rond te rijden kan de landgenoot van het Vanwall-duo aan het eind van het jaar met de eer pronken, ook al wint hij slechts één Grand Prix. Na het overlijden van vriend en teamgenoot Peter Collins heeft Hawthorn eigenlijk al niet meer zo heel veel trek in de Formule 1 en na het veroveren van de titel geeft de Brit er de brui aan. Lang kan de 29-jarige niet van zijn pensioen genieten: enkele maanden na zijn grote triomf overlijdt hij na een auto-ongeluk.

Stewart wil niet meer, Rindt verongelukt

In de dertig jaren die volgen op het afscheid van Hawthorn gebeurt het slechts twee keer dat een F1-kampioen zijn titel niet verdedigt. Eén keer is dat vrijwillig, de andere keer niet. Jackie Stewart loopt in 1973 al langer met het idee om te stoppen, voordat gebeurtenissen zijn plannen ineens in een stroomversnelling doen belanden. De Schot wint dat jaar zijn derde titel, maar ziet teammaat François Cevert in de kwalificatie voor de slotrace om het leven komen. Door de schok besluit Stewart zijn helm direct aan de wilgen te hangen: na het ongeval van Cevert klimt de grootste veiligheidsambassadeur van de sport niet meer in een Formule 1-wagen.

Zodoende mag Ronnie Peterson in 1974 aantreden met het startnummer één, vanwege de constructeurstitel van werkgever Lotus. Drie jaar eerder kon de titelhouder zijn prijs ook niet verdedigen, al maakte hij dat zelf niet meer mee. Jochen Rindt verongelukte voor de kwalificatie van de GP van Italië, terwijl hij aan de leiding van het WK ging. Niemand wist de Oostenrijker in de drie laatste races van het seizoen 1970 echter meer in te halen en zodoende werd Rindt de eerste, en nog altijd enige, postume wereldkampioen.

Jarenlang blijven de titelhouders 'gewoon' rondrijden, al gaat dat niet altijd van harte. Tussen 1973 en 1993 zijn Prost (1985-'86) en Senna (1990-'91) de enige coureurs die een titel weten te verdedigen. Mario Andretti (kampioen in 1978) gaat in 1979 keihard onderuit dankzij een zwakke Lotus, Jody Scheckters Ferrari is in '80 geen schim meer van het jaar ervoor. Nelson Piquet weet geen enkele van zijn drie titels te verdedigen, Alan Jones en Keke Rosberg komen überhaupt niet verder dan één titel. Niki Lauda had achteraf gezien drie op een rij moeten scoren tussen 1975 en '77, ware het niet dat de Oostenrijker meerdere GPs miste door een afgrijselijk ongeval in 1976 en hij op het moment supreme, in de Japanse regen, angstig uitstapte.

Williams werkt Mansell weg, Prost vertrekt zelf

In de eerste helft van de jaren '90 gebeurt het plots twee keer: Nigel Mansell wordt door Frank Williams de deur gewezen, omdat Prost na een sabbatsjaar op voorwaarden terug wil keren. Mansell wint de titel in 1992 met overmacht, maar voor de besnorde Brit zit er niets anders op dan een enkeltje Amerika (waar hij overigens direct de IndyCar-titel pakt) te boeken. Met Senna in een kreupele McLaren, Mansell aan de overkant van de plas en de opkomende Michael Schumacher nog in de leerfase heeft Prost een vrijbrief voor kampioenschapsbokaal nummer vier, die dan ook moeiteloos naar Frankrijk wordt verscheept. Eén dag voordat hij zijn titel pakt kondigt Prost zijn pensioen aan, daarmee was Le Professeur de laatste titelhouder die het veld vaarwel zei.

Nu, 23 jaar later, is het dus voor de zesde keer raak: men weet dat er volgend jaar geen titelhouder aan de start verschijnt. Het opengevallen plaatsje van Rosberg is zeer begeerd, iedereen wil wel voor Mercedes rijden. "Ik heb het halve veld al aan de telefoon gehad", liet Niki Lauda desgevraagd weten. Een groot kampioen als Fernando Alonso zou waarschijnlijk dolgraag in een wagen van het Duitse merk stappen, al heeft de geschiedenis uitgewezen dat ook een vrij onervaren rijder tot grote prestaties in staat kan zijn.

Damon Hill mocht in 1993 instappen bij Williams, toen Prost zoals bovengenoemd geen strijd binnen het team wilde hebben. Hill junior, op dat moment al 32 jaar, heeft slechts twee Grand Prix-starts op zijn naam als hij na het lozen van Mansell en diens teammaat Riccardo Patrese bij Williams aantreedt voor de seizoensstart van '93. De Brit komt prima uit de verf, wint dat jaar uiteindelijk drie races en eindigt in het WK als derde, achter Prost en Senna. Drie jaar later wint hij, evenals vader Graham in 1962 en '68 deed, de titel. Zou Pascal Wehrlein of Esteban Ocon net als Hill plots van de laatste startrijen naar de voorste kunnen komen?

Door: René Oudman

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. woensdag 3 juni 2020

  2. dinsdag 2 juni 2020