Achtergrond: Finland, bron van Formule 1-succes

Achtergrond: Finland, bron van Formule 1-succes

17 januari 2017 – Met slechts negen coureurs heeft Finland in 67 jaar Formule 1 minder vertegenwoordigers gehad dan bijvoorbeeld Zwitserland, Zweden en ook Nederland. Maar wat uit het Scandinavische land de hoogste autosportklasse bereikt, is vrijwel altijd goed. GPUpdate.net duikt in de statistieken en zet de Finse successen in de F1 op een rijtje.



Van de negen Finnen stonden er maar liefst zeven op het podium. Goed beschouwd kan je zelfs stellen dat elke rijder uit het Noord-Europese land het ereschavot heeft bereikt, want de verrichtingen van Leo Kinnunen (foto) en Mikko Kozarowitzky zijn, statistisch gezien, te verwaarlozen. Kinnunen was in 1974 de eerste Fin in de F1, maar in zes inschrijvingen wist hij zich slechts één keer te kwalificeren. Zijn enige Grand Prix-start was in hetzelfde jaar in Zweden, waar hij in de twintigste ronde uitviel met een opgeblazen motor. Drie jaar daarna mocht Kozarowitzky het proberen, maar in twee deelnames (Zweden en Groot-Brittannië) kwam hij nooit door de kwalificatie.

De zeven coureurs uit Finland die daarna de F1 haalden, waren allemaal blijvertjes. Om maar meteen te beginnen met Keke Rosberg. Waar zoon Nico uitkwam onder Duitse vlag werd voor pa Rosberg altijd 'de siniristilippu' (vrij vertaald 'vlag met blauw kruis') gehesen tijdens de huldiging. En de gang naar het podium was senior niet vreemd: in 114 starts, in de periode 1978-1986, eindigde hij zeventien keer bij de beste drie. Vijf keer stond Rosberg op het hoogste treetje, waaronder één keer in 1982 (in Zwitserland), zijn kampioensjaar. Verder was de geboren Zweed (wel zoon van Finse ouders) goed voor onder meer vijf polepositions, drie snelste raceronden en 159,5 WK-punt.

Na het afscheid van Rosberg moesten de Finnen dik twee jaar wachten op een nieuwe landgenoot in de F1. Jyrki Juhani Järvilehto, beter bekend als JJ Lehto, meldde zich in 1989 in Portugal voor het eerst aan de start en zou dat nadien nog 61 keer doen. Met tien WK-punten was hij misschien niet heel succesvol, maar de man uit Espoo mocht in de Grand Prix van San Marino in 1991 wel als nummer drie naar het podium met het superieure McLaren-duo Ayrton Senna/ Gerhard Berger. In 1994 begon Lehto als teamgenoot van Michael Schumacher bij Benetton, maar bij een test in het voorseizoen raakte hij geblesseerd aan zijn nek, wat tot het vervroegde F1-debuut van Jos Verstappen leidde. Lehto reed dat jaar nog wel acht races, maar werd nooit meer de oude en verdween eind 1994 uit de F1.

Terwijl Lehto op Imola naar het podium mocht, beleefde een landgenoot van hem een primeur. Met een vijfde plaats pakte Mika Hakkinen in dezelfde race zijn eerste punten in pas zijn derde wedstrijd. De man uit Vantaa is met twee wereldtitels, in 1998 en 1999 behaald namens McLaren-Mercedes, de meest succesvolle F1-Fin. Op Estoril in 1993 reed hij zijn eerste race voor McLaren en imponeerde gelijk door zijn teamgenoot, niemand minder dan Senna, te verslaan in de kwalificatie. Hakkinen was altijd in voor een lolletje, maar was vooral bloedsnel. Zijn CV omvat 161 Grands Prix, waarin hij twintig zeges boekte, 26 polepositions liet aantekenen, 25 keer de snelste raceronde reed, 51 keer het podium haalde en 420 punten scoorde. Hakkinen nam eind 2001 afscheid van de F1. In eerste instantie slechts voor een jaar, maar al snel voorgoed.

Mika Salo reed vrijwel zijn hele F1-carrière voor bescheiden teams, maar kwam toch tot twee topdrienoteringen. Dat was te danken aan een invalperiode bij Ferrari voor de tweede helft van 1999, nadat Michael Schumacher bij een crash op Silverstone zijn been had gebroken. De Fin, die eerder dat jaar bij BAR al de geblesseerde Ricardo Zonta had vervangen, moest de nieuwe kopman Eddie Irvine bijstaan in diens jacht op de wereldtitel. Had de coureur uit Helsinki voor eigen succes mogen gaan, dan had hij nu hoogstwaarschijnlijk als Grand Prix-winnaar in de boeken gestaan. Op Hockenheim ging Salo aan kop, maar moest hij plaatsmaken voor Irvine en werd tweede. Later dat jaar werd hij op Monza nog derde. Salo, die verspreid over 109 wedstrijden 33 punten scoorde, reed in 2002 op Suzuka zijn laatste race.

Finland is tot dusver goed voor vier wereldtitels, behaald door drie verschillende rijders. Wat betreft de laatste categorie staan de Finnen op gelijke hoogte met Duitsland en Brazilië. Met tien verschillende kampioenen doen alleen de Britten het beter. De vierde Finse wereldtitel kwam in 2007 via Kimi Raikkonen in dienst van Ferrari, na een spannende ontknoping op Interlagos. De plaatsgenoot van Lehto verscheen in 2001, na slechts 23 optredens in juniorenklasses, voor het eerst op de F1-grid en werd direct gezien als een meervoudig wereldkampioen voor de toekomst. Meerdere wereldtitels waren zeker mogelijk geweest voor Raikkonen, als hij in 2003 en 2005 niet zo vaak met betrouwbaarheidsproblemen te maken had gekregen. Niettemin is hij met onder meer twintig overwinningen (evenveel als Hakkinen), zestien poles, 43 snelste raceronden, 84 podiumplekken en 1.360 WK-punten in 251 GP's bezig aan een prachtige carrière.

Na achter Nico Rosberg runner-up te zijn geweest in de eerste GP2-jaargang (2005) was Heikki Kovalainen in 2006 fulltime testcoureur bij Renault. Door het vertrek van de toen regerend wereldkampioen Fernando Alonso naar McLaren promoveerde de rijder uit Suomussalmi voor 2007 tot racecoureur. Dat jaar eindigde hij in de stromende regen op Fuji op P2, desondanks moest hij aan het einde van dat jaar weer plaatsmaken voor de terugkerende Alonso. Met een aanbieding van McLaren op zak zal hij daar niet heel rouwig om zijn geweest, maar met slechts drie podiumplaatsen stond hij in 2008 vrijwel altijd in de schaduw van de latere kampioen Lewis Hamilton. Bij die topdrieklasseringen zat wel een zege in Hongarije, nadat Felipe Massa in de eindfase in leidende positie was uitgevallen met een opgeblazen Ferrari-motor. Eerder dat seizoen had Kovalainen op Silverstone al zijn eerste, en enige, pole gepakt. Na ook een weinig succesvol 2009 moest hij aan het einde van dat jaar vertrekken uit Woking. Kovalainen reed daarna nog zestig F1-races, maar punten pakte hij niet meer.

In de Oostenrijkse Grand Prix van 2014 werd Valtteri Bottas de zevende Fin die zich na de race mocht melden voor de podiumceremonie. Daarmee heeft maar liefst 77,78 procent van de F1-coureurs uit het land het podium gehaald in 's werelds meest prestigieuze autosportklasse. Alleen Rusland en Polen doen het relatief gezien beter met de maximale honderd procent, maar deze landen hebben respectievelijk twee (Vitaly Petrov en Daniil Kvyat) en één (Robert Kubica) rijder gehad. In zijn 77 races tot dusver scoorde Bottas 411 punten en negen podiumplaatsen. Winnen deed de in Nastola geborene nog niet, maar gezien de suprematie van Mercedes in de afgelopen jaren is dat geen schande. Komend seizoen mag Bottas zelf plaatsnemen in een Silberpfeil, als opvolger van wereldkampioen Nico Rosberg. Als Mercedes ook met de nieuwe regels een snelle wagen weet te ontwikkelen, dan lijkt het slechts een kwestie van tijd tot Bottas de vijfde Finse winnaar wordt. Heel knap voor een land met slechts 5,5 miljoen inwoners.

Door: Rahied Ishaak

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. dinsdag 21 januari 2020

  2. maandag 20 januari 2020

  3. zondag 19 januari 2020

  4. zaterdag 18 januari 2020