Historie: botsende teamgenoten zijn van alle tijden

Historie: botsende teamgenoten zijn van alle tijden

28 juni 2017 – Esteban Ocon en Sergio Pérez die elkaar beroven van een potentiële topklassering, Carlos Sainz die schrikt van Daniil Kvyat en Marcus Ericsson en Pascal Wehrlein die elkaar bijna in de wielen rijden. Nee, niet alle teamgenoten gingen in de Grand Prix van Azerbeidzjan altijd even goed met elkaar om. Interne clashes, in de geschiedenis van de Formule 1 zijn ze vaker voorgekomen. Aan de hand van foto's zet GPUpdate.net tien voorbeelden op een rijtje.



1976, Grand Prix van Groot-Brittannië: Clay Regazzoni en Niki Lauda (Ferrari)


Op Brands Hatch maakt Clay Regazzoni vanaf P4 een uitstekende start, waarna hij in de eerste bocht probeert ook zijn van pole gestarte teamgenoot Niki Lauda te verschalken. Het eindigt met een touché. Daarachter gaan ook andere coureurs in de fout, wat tot een code rood leidt. Na de herstart wordt Lauda tweede achter James Hunt, maar erft 2,5 maand later de winst. Dit omdat Hunt, die ook betrokken was bij de startcrash, wordt gediskwalificeerd. De Britse publiekslieveling pakte voor de herstart zijn reserveauto, wat niet was toegestaan.

1982, Grand Prix van Oostenrijk: Andrea de Cesaris en Bruno Giacomelli (Alfa Romeo)


Met Giuseppe Farina en Juan Manuel Fangio levert Alfa Romeo de eerste twee wereldkampioenen in de F1-geschiedenis. Zo goed gaat het in de jaren tachtig, het decennium waarin de Italiaanse firma de hoogste autosportklasse verlaat, al lang niet meer. Met slechts zeven punten wordt Alfa Romeo in 1982 tiende bij de constructeurs. In dat jaar noteert het zes dubbele uitvalbeurten, waarvan één in Oostenrijk. Op het circuit bij Spielberg zijn Andrea de Cesaris en Bruno Giacomelli al na een paar honderd meter klaar. De reden: de Alfa Romeo-collega's zijn bij de start met elkaar in aanraking gekomen.

1989, Grand Prix van Japan: Ayrton Senna en Alain Prost (McLaren)


Een kleine dertig jaar geleden vormen McLaren en Honda nog een superieure combinatie, maar binnen het team heerst allerminst een ontspannen werksfeer. Alain Prost en Ayrton Senna leven al maanden in onmin als de F1-wereld in 1989 arriveert op Suzuka. Daar bereikt de strijd zijn kookpunt. In een poging de leiding over te nemen van Prost duikt de Braziliaan in de Casio Triangle aan de binnenkant naast zijn Franse stalgenoot, met een botsing als resultaat. Prost is klaar, Senna kan na hulp van de marshals verder en komt als eerste over de finish. Na de touché heeft hij echter de chicane afgesneden, wat hem op diskwalificatie komt te staan. Daarmee is Prost zeker van de wereldtitel.

1993, Grand Prix van Italië: Christian Fittipaldi en Pierluigi Martini (Minardi)


In zijn veertig Grand Prix-starts komt Christian Fittipaldi meermaals prima voor de dag, maar het is wel duidelijk dat hij niet het talent heeft van zijn oom, tweevoudig wereldkampioen Emerson Fittipaldi. In de Grand Prix van Italië in 1993 zorgt de dan 22-jarige Braziliaan wel voor één van de meest spectaculaire finishes ooit in de F1, na uitgerekend een samenkomen met ploegmaat Pierluigi Martini. Fittipaldi vergist zich in de laatste ronde op het rechte stuk van start/finish in het tempo van de Italiaan: hij knalt achterop de andere Minardi, maakt een achterwaartse salto maar komt - weliswaar met drie wielen - wel over de streep. Op P8. Punten levert dat, net als de P7 van Martini, destijds nog niet op.

1999, Grand Prix van Oostenrijk: Mika Häkkinen en David Coulthard (McLaren)


De huidige Red Bull Ring is, na 1982, vaker het decor geweest voor botsende rijders met dezelfde werkgever. Bijvoorbeeld: in 2000 rammen Prost-coureurs Nick Heidfeld en Jean Alesi, die dat jaar steevast in de achterhoede rijden, elkaar in de eerste bocht van de baan. Een jaar eerder ging het ook fout tussen twee teamgenoten, ditmaal stond er veel meer op het spel. Na de start probeert David Coulthard het in bocht 2 aan de binnenkant bij Mika Häkkinen voor de leiding. De Schot grijpt de koppositie ook, maar wel nadat hij de Fin in de rondte heeft getikt. Achter Eddie Irvine (Ferrari) en Coulthard wordt Häkkinen nog wel derde, maar hij loopt veel punten mis. Punten die hem nog bijna de wereldtitel hadden gekost.

2002, Grand Prix van de VS: Ralf Schumacher en Juan Pablo Montoya (Williams)


Waar Ferrari in 2002 een wanvertoning levert door Rubens Barrichello in Oostenrijk op het laatste moment vaart te laten minderen zodat Michael Schumacher de race kan winnen, geeft Williams Ralf Schumacher en Juan Pablo Montoya de vrijheid om tegen elkaar te racen. Dat kan wel tot ongelukken leiden, zo blijkt in de VS. In de eerste bocht van de Indianapolis Motor Speedway, waar op het infield wordt gereden, gaat Montoya Schumacher buitenom voorbij. Zijn Duitse teamgenoot verliest echter de controle over zijn auto en spint, waarbij de achterkant van beide wagens elkaar raken. Schumacher verliest zijn achtervleugel en wordt laatste, Montoya finisht nog als vierde.

2006, Grand Prix van Monaco en Canada: Christijan Albers en Tiago Monteiro (Midland)


Op het tempo van Christijan Albers in de GP van Monaco in 2006 valt helemaal niets aan te merken, alleen krijgt hij wel een drive through-penalty. Bij de start drukt de Nederlander zijn ploegmaat Tiago Monteiro namelijk licht de muur in, al is Albers zich van geen kwaad bewust. "Volgens mij lag ik gewoon voor hem en had ik dus mijn positie", stelt hij. Een maand later is het in Canada weer raak in de eerste ronde. Ditmaal tikt Monteiro Albers van achteren aan in de hairpin (foto). Onze landgenoot kan meteen uitstappen, de schuldbewuste Monteiro rijdt verder. "Ik zat aan de binnenkant, op het vieze gedeelte en blokkeerde mijn banden. Ik verloor de controle en raakte mijn teamgenoot. Excuses", aldus de Portugees later.

2006, Grand Prix van Brazilië: Nico Rosberg en Mark Webber (Williams)


Een aanvaring op de baan met je ploegmaat, het zou Mark Webber en Nico Rosberg in de toekomst nog meer overkomen. In de Braziliaanse GP van 2006 krijgen de dan Williams-coureurs het met elkaar aan de stok. Bij de start rijdt Rosberg achterop Webber, wat voor de laatste leidt tot een uitvalbeurt in de pitstraat. Rosberg crasht door de schade later in de eerste ronde. "Volgens mij remde Mark iets eerder dan normaal en ik raakte hem", is de lezing van Rosberg. Webber heeft een andere mening, maar blijft mild: "Hij verremde zich, denk ik. Het is nooit goed als teamgenoten elkaar raken, maar hij deed het niet expres".

2010, Grand Prix van Turkije: Sebastian Vettel en Mark Webber (Red Bull Racing)


Bij een andere interne botsing waarbij Webber betrokken is, ruim 3,5 jaar later, lopen de gemoederen een stuk hoger op. In de 39ste ronde van de Turkse GP zet Sebastian Vettel een aanval in om de koppositie af te pakken van de Australiër, maar het wordt een ramp. Nog voordat de latere wereldkampioen van dat jaar de RB6 van zijn collega volledig voorbij is, stuurt hij al naar rechts. Een touché is daarvan het gevolg, met voor Vettel uiteindelijk ook een DNF. Webber wordt toch nog derde, maar krijgt in eerste instantie de schuld van Vettel én de Red Bull-teamleiding. Later neemt stalbaas Christian Horner zijn woorden terug, maar goed komt het daarna eigenlijk niet meer in Milton Keynes.

2014, Grand Prix van België: Lewis Hamilton en Nico Rosberg (Mercedes)


Over alle aanvaringen tussen Lewis Hamilton en Rosberg bij Mercedes zouden we een artikel op zich kunnen schrijven. In dit verhaal kiezen we voor de eerste echte botsing tussen de twee, op Spa in 2014. In Les Combes snijdt Rosberg met zijn voorvleugel de linker achterband van Hamilton lek. De Brit is verbijsterd, vooral over de reactie van zijn Duitse collega. "Nico zei dat hij het had kunnen voorkomen, maar hij wilde dat niet. Hij zei letterlijk: 'ik deed het om een punt te maken'", zegt de Brit. "Ik probeerde buitenom te gaan, maar helaas toucheerden we elkaar. Het is zoals het is", aldus Rosberg zelf bij de media.

Door: Rahied Ishaak

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. donderdag 21 november 2019

  2. woensdag 20 november 2019

  3. dinsdag 19 november 2019