Terug naar 1973: debuut Safety Car zorgt voor chaos

Terug naar 1973: debuut Safety Car zorgt voor chaos

23 september 2017 – Op deze dag (23 september) in 1973 deed een wagen haar intrede in de Formule 1 die we anno 2017 nog altijd zien: de Safety Car. Tijdens de Grand Prix van Canada, gehouden op het razendsnelle circuit Mosport Park, reed het neutralisatievoertuig voor de allereerste keer voor het veld uit. De wedstrijdleiding sloeg een gigantische flater – GPUpdate.net start haar tijdmachine.

Veiligheid is een kopzorg in het begin van de jaren '70. De wagens gaan steeds harder, de technologie ontwikkelt zich razendsnel. Ernstige ongevallen kunnen niet uitblijven en deze vinden dan ook plaats: in de vijf jaren voor Mosport 1973 overlijden Jo Schlesser, Gerhard Mitter, Piers Courage, Jochen Rindt en Roger Williamson gedurende een Grand Prix-weekend; meerdere rijders, waaronder de populaire Jo Siffert, vinden de dood in wedstrijden die buiten het officiële WK om worden gehouden.

In Noord-Amerika is de Safety Car, of pacecar, een alledaagse verschijning op de circuits. Al tijdens de Indianapolis 500 van 1911 (!) wordt het neutralisatievoertuig de baan opgereden om het veld in toom te houden na een incident. Als de veertiende krachtmeting van het vijftien races tellende Formule 1-seizoen van 1973 op een doornatte baan moet worden verreden, krabt de wedstrijdleiding op Mosport Park meermaals achter de oren.

Flater van wedstrijdleiding

Wat moet er gebeuren om dit in goede banen te leiden? Aangezien Zandvoort eerder in het seizoen al met een dodelijk ongeval te maken heeft gehad en daar niet bepaald onbesproken mee weg is gekomen, overwegen circuiteigenaren beslissingen liever te vaak dan helemaal niet. Op het Mosport Park staat een zogenaamde pacecar klaar en als Jody Scheckter en François Cevert (die twee weken later zou verongelukken in de kwalificatie op Watkins Glen) elkaar in de wielen rijden, wordt de wagen het asfalt op gestuurd.

De compleet verraste Eppie Wietzes, die in het verleden zich nog een blauwe maandag aan de F1 heeft gewaagd, mag een knalgele Porsche 914 de baan oprijden. Wietzes, Canadees van Drentse komaf, posteert de Duitse sportwagen pontificaal voor de Iso-Marlboro van een nietsvermoedende Howden Ganley. De Nieuw-Zeelander, een prima middenmoter maar zeker geen hoogvlieger, rijdt op dat moment op P8.

Het leidende zevental kan zodoende doorrijden en als zij achteraan in de Safety Car-rij aansluiten, hebben ze een rondje voorsprong op de rest van het veld. Jean-Pierre Beltoise, Peter Revson, Jackie Oliver, Emerson Fittipaldi, Niki Lauda, Jean-Pierre Jarier en Chris Amon hebben plots geen last van de concurrentie meer, door de mispeer van de Safety Car-bestuurder. Om de verwarring nog iets groter te maken begint het steeds droger te worden, waarop de coureurs besluiten en masse naar binnen te rijden.

Wie rijdt precies waar?

In het veel te kleine pitstraatje van Mosport mag het eigenlijk al een wonder heten dat er zich geen rare incidenten voordoen, al probeert de wedstrijdleiding nog een tweede duit in het zakje te doen. Men heeft geen idee wie nou precies waar rijdt en tot overmaat van ramp blijft Ganley bijzonder lang doorrijden – heeft hij zijn ronde achterstand ingelopen, zelf een rondje voorsprong of is het bevoordeelde zevental de Nieuw-Zeelander nog voorgebleven?

Als de Safety Car weer naar binnen trekt en de race wordt vervolgd, gebeurt er op het uitvallen van Lauda en Jarier na niet veel bijzonders. Het zwartwit-geblokt wordt zoals gepland na tachtig ronden gezwaaid, maar voor wie? Lotus-eigenaar Colin Chapman weet het wel: volgens de Brit heeft zijn sterrijder, regerend kampioen Emerson Fittipaldi, de wedstrijd op zijn naam geschreven. De finisher is het er niet mee eens: hij zwaait de vlag op het moment dat Ganley passeert.

Revson lachende eerste

De derde wagen achter Ganley wordt bestuurd door Revson, een Amerikaanse charmeur die zijn stappen in de autosport mede dankzij het fortuin van het familiebedrijf (cosmeticaproducent Revlon) heeft weten te zetten. De Canadese wedstrijdleider heeft uren nodig om de McLaren-coureur zijn tweede Grand Prix-zege te presenteren: Ganley heeft volgens de officiële rondentabel twee pitstops gemaakt en is zodoende als zesde geklasseerd.

Heibel in de tent bij Iso-Marlboro, waar iedereen bij hoog en bij laag beweert dat Ganley slechts eenmaal binnen is geweest en door het lange wachten en de vrije pitstraat zijn ronde achterstand in heeft weten te lopen. Op Mosport heeft men lak aan de argumenten van Ganleys team: Revson wint, punt uit. Fittipaldi mag de trofee voor P2 mee naar huis nemen, Oliver krijgt de derde plaats toegewezen.

Pas twintig jaar later zou de Safety Car haar tweede optreden maken in de Formule 1, ditmaal zonder het drama waarmee ze debuteerde. Tijdens de Braziliaanse Grand Prix van 1993 maakt het voertuig wederom haar opwachting, nadat er in het voorgaande seizoen al enkele malen met de Safety Car is getest. Sindsdien is de wagen niet meer weg te denken uit de F1-paddock en op enkele aparte taferelen na (denk aan de training voor Brazilië 2002, toen Nick Heidfeld een deur van het neutralisatievoertuig én zijn Sauber aan gort reed), nooit meer zo discutabel geweest als die ene zondag in 1973.

Door: René Oudman


gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. maandag 23 oktober 2017

  2. zondag 22 oktober 2017