In memoriam: Niki Lauda, veel meer dan een groot kampioen

In memoriam: Niki Lauda, veel meer dan een groot kampioen

21 mei 2019 – Een groot boegbeeld van de sport is heengegaan. Met het overlijden van Niki Lauda verliest de Formule 1 veel meer dan een coureur. De Oostenrijker was een veelzijdig man en groeide door zijn bijzondere verschijning en ontwapenende eerlijkheid uit tot een legende. Motorsport.com blikt terug op het leven van een icoon.



Wie aan de Niki Lauda van de afgelopen jaren denkt, kan de beeltenis meteen uittekenen: een getekend gezicht, simpele trui en bovenal immer hetzelfde hoofddeksel. Het petje heeft alles met dé crash te maken, maar tekende Lauda ook zoals hij was. Een nuchtere Oostenrijker die ook in het decadente Formule 1-wereldje altijd zichzelf is gebleven. Wars van poeha en nimmer te beroerd om zijn ongezouten mening te geven. De afgelopen weken vroeg menig redactielid, ook ondergetekende, zich al af: wanneer keert hij terug in de paddock? Het zegt eigenlijk alles: Lauda werd danig gemist. Dit gemis zal na vandaag alleen maar groter worden, het is namelijk voorgoed. Niki is - tot verdriet van velen - niet meer.

De jeugd: buitenbeetje in een rijke familie

Lauda werd in Wenen geboren als telg uit een welvarend gezin. Een beroemde anekdote wil dat zijn familie bar weinig op had met autosport, maar dat de kleine Niki al snel verslaafd was. Zo ploegde hij eerst het landgoed van zijn opa om met een Volkswagen Kever, om daarna zijn racecarrière tamelijk bescheiden te beginnen: met een Mini Cooper deelnemen aan de zogenaamde 'Bergrennen',  internationaal bekend onder de naam 'hill climb events'.

Zijn vervolgstap was in die tijd nog de meest logische: instappen in de Formule Vee, een klasse met formuleauto's gebaseerd op de gememoreerde Kever. Lauda zocht echter ook snel zijn heil in de 'sports cars' bij onder meer Porsche en Chevron. Het bleek een dood spoor, al schreef hij nog wel de 24 uur van de Nürburgring op zijn naam. Zijn carrière belandde verder in een impasse, al zou Lauda Lauda niet zijn als hij geen uitweg vond. Met een levensverzekering als dekking sloot hij een lening af om zich in te kopen bij het het March Formule 2-team.

De doorbraak: van pay-driver tot podiumklant

Lauda als loepzuivere pay-driver dus. Maar dan wel eentje met bakken talent. Het Formule 1-debuut liet dan ook niet lang op zich wachten. Het kwam tijdens de Oostenrijkse Grand Prix van 1971 om precies te zijn. March onderkende het talent en liet Lauda in 1971 en het daaropvolgende jaar in zowel de Formule 2 als Formule 1 rijden. Een denderend succes werden deze eerste jaren overigens niet, maar dat zei meer over het materiaal dan over de coureur zelf.

De oplossing was simpel: nog maar een smak geld ertegenaan gooien. Lauda leende met andere woorden nog meer geld om zich in te kopen bij een betere formatie: BRM. Het leek wederom een ongelukkige keuze te zijn: Lauda was snel, maar het team in verval. Hij kreeg slechts zelden een kans om zich bij het grote publiek in de kijker te rijden. Bij insiders lukte dit wel. Meer specifiek bij zijn teamgenoot Clay Regazzoni. Toen de Zwitser in 1974 terugkeerde naar Ferrari en van Enzo de vraag kreeg wat hij van ene Lauda dacht, was één en één al snel twee. Lauda toog naar de Scuderia en kreeg een contract waarmee hij in één klap al z'n schulden kon afbetalen.

Waar alle vorige keuzes nogal ongelukkig waren, stapte hij bij Ferrari precies op het juiste moment binnen. De Italiaanse trots was net aan een wederopstanding bezig. Lauda zat met andere woorden goed en kon met Ferrari mee in de lift.. Bij zijn Scuderia-debuut was het meteen bingo voor het eerste podium, terwijl niet veel later - in Spanje en Nederland - zijn eerste zeges zouden volgen. Lauda had nog niet de stabiliteit voor een titelstrijd, maar zijn naam was wel definitief gevestigd.

De titel en crash: niet voor één gat te vangen

De man uit Wenen bleek bovendien een snelle leerling. In zijn tweede seizoen met Ferrari zou de ultieme machtsgreep volgen. De Italianen leverden het benodigde strijdwapen en Lauda was rijp om de titel te pakken. Hij begon het seizoen moeizaam, maar was vanaf Monaco iedere race - op Silverstone na - op het podium te vinden. Het bleek ruimschoots voldoende om zijn naam in de annalen van de sport bij te schrijven. Lauda stond voorgoed als wereldkampioen in de boeken. Normaliter zijn allerlei bekers daar nog stille getuigen van, maar in huize Lauda niet. Niki gaf ze destijds namelijk weg aan de lokale garage in ruil voor was- en onderhoudsbeurten aan zijn auto's.

Het jaar daarna leek titel nummer twee in de maak. Sterker nog, met zeven achtereenvolgende podia was hij bezig aan een demonstratie van jewelste. Er stond simpelweg geen maat op. Niets of niemand leek hem te kunnen stoppen, al weten wij inmiddels allemaal beter. De woorden Nordschleife en brand spreken boekdelen. Technisch malheur leidde tot een zware crash in Bergwerk, waarna zijn auto vlam vatte en de regerend wereldkampioen levend dreigde te verbranden. Het is aan Arturo Merzario, Harald Ertl, Brett Lunger en Guy Edwards te danken dat Lauda het overleefde. Mannen die hun leven riskeerden voor een ander, de definitie van een held.

Lauda kreeg die heldenstatus niet veel later zelf ook. Vriend en vijand verwachtten hem nooit meer in een F1-auto te zien, maar zes weken na de crash stond hij doodleuk weer aan de start voor de Italiaanse Grand Prix op Monza. Lauda was zwaar gehavend, maar de aard van het beestje was niet aangetast. Hij zou de titel van '76 - die naar zijn tegenpool James Hunt ging - op een punt missen, maar dat deed niets af aan de legende. De kat Lauda bleek over negen levens te beschikken en was mentaal niet voor één gat te vangen. Hij had zelfs de dood verslagen. Met zijn mentale en fysieke onverzettelijkheid werd hij een voorbeeld voor velen. Een voorbeeld dat de autosport oversteeg. Laat bij een willekeurige voorbijganger vandaag de naam Lauda vallen en grote kans dat dit verhaal bekend is. Het is veelzeggend.

Het intermezzo: zakenwereld lonkt, McLaren comeback

Het jaar daarna ging Lauda eigenlijk weer vrolijk verder waar hij gebleven was met zijn tweede wereldtitel tot gevolg. Het was ook meteen het passende afscheid van Ferrari, waar de onderlinge relaties bekoeld raakten. Brabham werd zijn nieuwe bestemming, al kreeg het woord 'bestemming' niet veel later een compleet andere lading. Lauda Air zag namelijk het levenslicht, met de naamgever ineens als volleerd zakenman. Hij was klaar met 'alleen maar rondjes rijden' en zocht een nieuwe uitdaging. Gezien de achtergrond van zijn familie niet eens zo'n gekke gedachte.

Na twee seizoenen afwezigheid kroop het bloed toch weer waar het niet gaan kon. McLaren wist Lauda - weliswaar met een enorme zak geld - te verleiden tot een terugkeer. Titelsponsor Marlboro moest eerst nog maar zien of de oude meester het winnen niet verleerd was, maar ging overstag toen de 'comeback-kid' bij de derde Grand Prix van 1982 meteen toesloeg. Het bleek de opmaat naar meer, het laatste echte huzarenstukje van de Oostenrijker.

Dat kwam in 1984, het jaar dat Alain Prost zijn nieuwe teamgenoot werd en McLaren de boel met de TAG (lees: Porsche) motoren weer fatsoenlijk op de rit had. Ondanks dat Lauda eerst niet happig was op de komst van Prost, bleek het een onverslaanbare combinatie. Het duo domineerde de koningsklasse en haalde het beste in elkaar naar boven. Zo won Lauda voor het eerst zijn thuisrace in Spielberg en greep hij bovenal zijn derde wereldtitel. De cirkel was rond. Zijn laatste Formule 1-seizoen in 1985 was niet meer om over naar huis te schrijven, met veel technisch malheur en slechts één uitzondering. De Grand Prix van Nederland. Het publiek in de duinen bleek getuige van zijn laatste F1-zege, in retrospect historisch. Aan Zandvoort de schone taak om hier volgend jaar op passende wijze aandacht aan te besteden. De aandacht die een groot kampioen verdient.

De legende: het icoon met zijn ongezouten mening

Na zijn actieve carrière stortte Lauda zich weer vol op het zakenleven. Toch was de Formule 1 ook nog niet van hem af. Ferrari haalde hem in 1993 terug als adviseur, waarna hij halverwege het seizoen 2001 vuile handen durfde te maken als teambaas van Jaguar. Een doorslaand succes werd dat niet. Moederbedrijf Ford zette hem anderhalf jaar later aan de kant, maar het deed niets af aan zijn status. Zijn laatste kunstje werd bovendien wel een denderend succesverhaal. Als 'non-executive chairman' werd hij één van de vaste krachten achter de dominantie van Mercedes. De rechterhand van Toto Wolff en een klankboord voor alle coureurs, met Lewis Hamilton voorop.

Vele malen belangrijker dan al deze functies was zijn onveranderde karakter. Of het nu als analist bij RTL Duitsland was of als Mercedes-man, een interview met Lauda was altijd het luisteren waard. De Oostenrijker zat nooit om vlijmscherpe analyses verlegen en was ook bepaald niet bang om deze te delen met de buitenwereld. Gewoon een man die zei wat hij dacht. Een verademing voor iedere journalist en volger. Zoals Lauda dat voor bijzondere sportprestaties ook voortreffelijk kon doen, zeggen wij nog één keer: "Ich ziehe meine Kappe. Danke Niki."


gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. woensdag 21 augustus 2019

  2. dinsdag 20 augustus 2019

  3. maandag 19 augustus 2019