Grote F1-coureurs die bij achterhoedeteams begonnen

Grote F1-coureurs die bij achterhoedeteams begonnen

24 augustus 2019 – Geduld is een schone zaak, maar lijkt in de Formule 1 vaak schaars. Betekent een slechte start van een veelbelovende Formule 1-carrière altijd gelijk de genadeslag? Dat hoeft niet per se het geval te zijn, zo bewijzen onderstaande voorbeelden.



Formule 1-rookie George Russell rijdt dit seizoen bij hekkensluiter Williams, maar betekent dat het doodvonnis voor de carrière van de Formule 2-kampioen? Daar lijkt op dit moment geen sprake van als Mercedes-junior, want hij doet het uitstekend aan de zijde van Robert Kubica. Naast hem zijn er genoeg voorbeelden te vinden van coureurs die begonnen zijn in de F1 bij geldschieters en achterblijvers - en later zelfs wereldkampioen werden.

Zo gebeurde het al meerdere malen in de geschiedenis van de Formule 1 dat latere kampioenen in hun eerste jaar in de koningsklasse kwalificaties voor Grands Prix misten. Anderen wisten wel regelmatig een zeker plekje op de grid te bemachtigen, maar vielen in de races vaak terug. Desondanks wisten alle onderstaande coureurs later in hun carrière meer races te winnen. Zeven van hen werden later wereldkampioen en vier van hen wonnen zelfs meer dan één wereldtitel.

Fernando Alonso (Minardi)
In 2001 kreeg het Spaanse talent Fernando Alonso een debuut bij het erg bescheiden Minardi. Alonso scoorde in de eerste 17 races geen enkel punt met zijn bescheiden bak, maar wist zich vaak verrassend sterk te kwalificeren voor enkele snellere wagens. Zijn beste resultaat was een tiende plek op Hockenheim, in de tijd dat enkel de top-zes punten kreeg. Een jaar later werd hij testcoureur van Renault...

Alonso startte na een jaar langs de zijlijn als een van de twee rijders. In 2003 won hij zijn eerste race voor Renault in Hongarije. Door zijn succes in 2005 en 2006 mag hij zich tweevoudig wereldkampioen noemen en daarnaast wordt hij tot een van de beste moderne F1-coureurs gerekend. Afgelopen seizoen zette hij er een punt achter, met een totaal van 32 gewonnen Grands Prix.

Damon Hill (Brabham)
Slechter kon het verhaal van Damon Hill bijna niet beginnen. Bij Brabham ging het al een hele poos bergafwaarts wanneer Hill zijn debuut maakte. De Brit miste in acht pogingen zes keer de minimumtijd om zich te kwalificeren. Zijn beste resultaat: een elfde plek in Hongarije, daarna ging het team failliet.

Toch kreeg Hill later zijn grote kans. Hij werd in 1993 vaste coureur voor het topteam Williams en in datzelfde jaar pakte hij drie overwinningen. In 1996 versloeg hij Jacques Villeneuve en Michael Schumacher voor de wereldtitel. Na 1999 ging hij met pensioen met 22 zeges in de F1.

Gerhard Berger (ATS)
De Oostenrijker Gerhard Berger begon zijn eerste kilometers in 1984 bij het Duitse F1-team ATS. Heel veel eer viel er niet te behalen, want aan het eind van het jaar sloot de renstal de deuren na slechts acht punten in acht jaar tijd.

Berger ging daarentegen door met het opbouwen van zijn indrukwekkende CV. Wereldkampioen is hij niet geworden, maar hij won wel tien races en rijdt voor stallen als Ferrari en McLaren. Het constructeurskampioenschap won hij wel twee keer, met het team uit Woking.

Mika Hakkinen (Lotus)
Lotus was een grote naam, maar toen de Finse Mika Hakkinen hij het team terechtkwam in het Formule 1-seizoen van 1991 was het team fel verzwakt. Hakkinen scoorde maar eenmaal punten in 1991, zijn wisselende teamgenoten misten de kwalificatie meerdere keren in de Lotus 102B.

In 1992 ging het uiteindelijk beter en een jaar later vertrok Hakkinen naar McLaren. Met dat team won hij in totaal twintig races tot het einde van zijn carrière in 2001 en werd hij tweevoudig wereldkampioen, in 1998 en 1999.

Nelson Piquet (Ensign/BS Fabrications)
De Braziliaanse F1-coureur reed in zijn debuutjaar (1978) voor twee verschillende backmarkers. Zijn eerste optreden was voor Ensign waarna hij drie races voor BS Fabrications uitkwam. Beide teams misten de kwalificatie geregeld.

De allerlaatste race van het seizoen 1978 reed Piquet voor Brabham. Met de renstal van Bernie Ecclestone en Gordon Murray kende hij wel successen. In 1980 won hij zijn eerste Grand Prix met dat team en in '81 en '83 de wereldtitel. Vier jaar daarna herhaalde hij dat kunstje nog eens met een derde titel bij Williams. Aan het eind van zijn carriere had hij in totaal 23 zeges verzameld.

Mark Webber (Minardi)
Hoewel de Australiër in 2002 tijdens zijn eerste Formule 1-race in Melbourne een sensationele vijfde plaats pakte en zelfs geheel tegen het protocol in met teambaas Paul Stoddart op het podium mocht, beleefde Webber verder weinig plezier aan zijn eerste seizoen bij Minardi.

Webber bouwde daarna toch een carrière uit om jaloers op te worden. Na perioden bij Jaguar en Williams voegde hij zich bij Red Bull in 2007, waarmee hij in totaal negen races won. Met de Bulls won hij vier keer op rij het constructeurskampioenschap tussen 2010 en 2013.

Ayrton Senna (Toleman)
De iconische Braziliaan is ooit heel klein begonnen. Hoewel Toleman in 1984 na de moeilijke eerste jaren opleefde en Senna drie keer op het podium stond, was dat meer aan zijn vaardigheden te danken dan aan de auto, die bovenal erg onbetrouwbaar bleek en vaak uitviel.

De rest is geschiedenis: Het jaar erop won Senna met Lotus zijn eerste race. In 1988, 1990 en 1991 werd hij met McLaren driemaal F1-kampioen. Zijn carrière eindigde plotseling toen hij in 1994 op Imola verongelukte. Hij had 41 overwinningen en 65 pole-positions behaald.

Keke Rosberg (Theodore/ATS)
Ook deze Fin reed in zijn debuutjaar (1978) tegelijk voor twee teams in de achterhoede. In veertien races tijd scoorde hij geen punten, mislukte het eenmaal in de kwalificatie en zelfs vier keer in de pre-kwalificatie. Geen omschrijving van een toekomstige wereldkampioen zou je denken.

Maar na moeilijke eerste jaren stapte Rosberg in 1982 over naar Williams. Met dat team behaalde hij wel succes. Hoewel hij dat jaar maar één race won, was dat genoeg om in een bizar seizoen wereldkampioen te worden. Tot aan het einde van zijn carrière in 1986 volgden nog vier overwinningen.

Daniel Ricciardo (HRT)
HRT was in totaal drie jaar in de Formule 1 te vinden, tussen 2010 en 2012. Het team scoorde nooit punten, met een dertiende plaats als het beste resultaat. Dat was niet de beste startpositie voor Red Bull-junior Daniel Ricciardo, die zijn eerste elf races in de koningsklasse bij dat team zat.

Ricciardo kreeg het seizoen erop zijn kans bij Toro Rosso. Na twee jaar bij het B-team verhuisde de Australiër uiteindelijk naar Red Bull en won hij in totaal zeven races. Voor 2019 maakte hij de overstap naar Renault.

Alan Jones (Harry Stiller/Embassy Hill)
Een andere Australiër die geen schijn van kans maakte in zijn eerste Formule 1-race was Alan Jones. Hij voltooide vier races in 1975 in een Hesketh 308B van Harry Stiller en viel drie keer uit. In hetzelfde jaar volgden nog vier races voor eveneens weinig succesvolle team van Graham Hill.

Desondanks vond Jones ook zijn weg in de Formule 1. In 1977 won hij zijn eerste race met Shadow en bij Williams werd hij zelfs wereldkampioen in 1980. Toen hij met pensioen ging kon hij terugkijken op in totaal twaalf zeges. Hij is de voorlopig laatste Australische wereldkampioen.

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. zondag 15 september 2019

  2. zaterdag 14 september 2019