Vijf redenen waarom de Nederlandse GP héél bijzonder wordt

Vijf redenen waarom de Nederlandse GP héél bijzonder wordt

25 januari 2020 – Sommige races op de Formule 1-kalender zijn net even iets specialer dan anderen. Zo is de carrière van een coureur niet compleet zonder de Grand Prix van Monaco eens gewonnen te hebben en wordt een zege in het kolkende Monza door de meeste rijders gaver gevonden dan een overwinning in het steriele Sochi. Maar hoe kijkt men straks tegen de Grote Prijs van Nederland aan? Wordt de trofee voor de winnaar in Zandvoort ook een must-have? Of staat 'ie straks ergens achterin de prijzenkast stof te happen?



Nog 99 dagen en dan gaan boven het rechte stuk van Zandvoort de rode lampen uit voor de start van de eerste Nederlandse Grand Prix sinds 1985. Dan is de Formule 1 officieel terug in ons land. Een gebeurtenis die menigeen tot voor kort nog voor onmogelijk had gehouden. Zelfs Formule 1-evangelist Jan Lammers noemde een terugkeer van de koningsklasse naar Nederland een kleine drie jaar geleden 'niet realistisch', vanwege de hoge kosten die het überhaupt kunnen huisvesten en vervolgens nog eens mogen organiseren van een Grote Prijs met zich meebrengen. Maar onder leiding van Prins Bernhard en co is het Circuit Zandvoort toch gelukt om het geld dat nodig is voor de verbouwing en de miljoenenfee die jaarlijks naar het Formula One Management moet worden overgemaakt, bijeen te krijgen. De Formule 1 zag een race op een historisch circuit in het land van Max Verstappen wel zitten, terwijl ook de overheid zich bereid toonde om mee te werken, zij het vooral ondersteunend en niet zozeer financieel. En dus volgde op 14 mei 2019 de officiële bekendmaking tijdens een drukbezochte persconferentie op het circuit: vanaf 2020 racet de Formule 1 weer in Zandvoort.

Maar ook nadat de terugkeer van de Formule 1 naar Zandvoort was aangekondigd, heerste er nog lange tijd veel scepsis over het project. Komt de baan wel op tijd af? Gaat het allemaal wel passen? Hoe zit het met de bereikbaarheid van het circuit? Wordt de race geen saaie optocht? Logische vragen, maar allemaal zaken waar de organisatie van de Dutch Grand Prix natuurlijk al uitgebreid over had nagedacht. Ja, mei 2020 is een krappe deadline, maar met een gerenommeerd bouwbedrijf als een van de partners mag je ervan uitgaan dat de baan ruim op tijd wordt opgeleverd - en nu we in Nederland ook nog eens een zeer zachte winter hebben, moet het helemaal geen probleem zijn om alles op tijd gereed te hebben voor de komst van de Formule 1. Ja, de ruimte in de paddock blijft ook na de verbouwing beperkt, maar in vergelijking met Monaco biedt Zandvoort nog altijd een zee aan ruimte. Ja, de bereikbaarheid van het circuit is niet geweldig, maar met een goed plan moet dat in een land als Nederland, waar wel vaker grote evenementen worden georganiseerd, toch in goede banen te leiden zijn. En ook aan het spektakel op de baan is gedacht. Door enkele bochten van een hellingshoek te voorzien, moet er straks beter kunnen worden ingehaald, terwijl een minder lange pitstraat tot snellere pitstops en een grotere variatie in strategieën moet leiden. Op 3 mei 2020 zullen we zien of de veranderingen het gewenste effect sorteren.

De afgelopen periode heb ik voor de rubriek Herinneringen aan de Dutch Grand Prix met verschillende mensen gesproken over de Formule 1-race in Zandvoort. Zo zat ik bij de laatste wedstrijd van 2019 in Abu Dhabi met voormalig wereldkampioenen Sir Jackie Stewart en Emerson Fittipaldi, die in het verleden zelf aan meerdere edities van de Grand Prix van Nederland hebben meegedaan. Daarnaast sprak ik uitgebreid met Formule 1-commentator Olav Mol, die bij de laatste Grote Prijs op Zandvoort in '85 een van de speakers was op het circuit, de Italiaanse journalist Giorgio Piola, die de sport sinds 1969 achterna reist, en schrijver Koen Vergeer, die in de jaren zeventig als fan meermaals de Formule 1 in Zandvoort bezocht. Niet alleen keek ik met hen terug op het verleden, ook liet ik ze een blik in de toekomst werpen. En na al deze gesprekken bekruipt bij mij het gevoel dat de Nederlandse Grand Prix nog wel eens specialer kan worden dan de meesten van ons tot nu toe denken. En het zien van de Arie Luyendykbocht in aanbouw heeft dat gevoel nog eens verder versterkt.

Tijdens de laatste media-update liet Lammers, tegenwoordig sportief directeur van de Dutch Grand Prix, zich ontvallen dat de coureurs misschien wel net zo uitkijken naar Zandvoort als naar Monaco, een race die dankzij alle 'glitter and glamour' die om het evenement hangt over de hele wereld bekend is. Hij zou daar zomaar eens gelijk in kunnen krijgen. "Iedereen houdt van een evenement dat ertoe doet", zei Lammers medio januari. "Als hier dat oranjelegioen drie dagen lang met meer dan honderdduizend mensen aanwezig is, dan heeft dat bijna hetzelfde effect als je hebt met de Grand Prix van Monaco", denkt de voormalig Formule 1-coureur. "Kijk naar Daniel Ricciardo, die al zoveel voorpret heeft", vervolgde Lammers, verwijzend naar een foto die de Australische coureur onlangs op zijn Instagram plaatste, waarop te zien is hoe hij met een mountainbike bijna verticaal een houten hek neemt. Als mijn collega Ronald Vording Lammers later die dag nog eens vraagt naar de parallel met Monaco, geeft Lammers toe dat beide evenementen eigenlijk niet met elkaar te vergelijken zijn. "Dat gaat niet", zei hij. "Monaco is weer om allerlei andere redenen uniek. Maar Zandvoort krijgt wel een hele eigen en bijzondere plaats op de kalender." 'Ach, die enthousiaste Jan Lammers', zou ik een jaar geleden hebben gedacht na zo'n uitspraak. Maar nu de race met rasse schreden nadert, merk ik dat ik het steeds meer met hem eens begin te worden. De Nederlandse Grand Prix wordt om de volgende redenen nog specialer dan ik in eerste instantie dacht.

1. Arie Luyendykbocht wordt 'sensationeel'

Ten eerste is daar natuurlijk die imposante berg zand aan het begin van het lange rechte stuk, waar straks een enorme kombocht overheen loopt. "De banking in de Arie Luyendykbocht is natuurlijk ook hartstikke gaaf", stak Koen Vergeer zijn enthousiasme over de terugkeer van de Formule 1 naar Zandvoort niet onder stoelen of banken, toen ik hem sprak voor de serie Herinneringen aan de Dutch Grand Prix. "Of het gaat werken en er daadwerkelijk beter kan worden ingehaald op het rechte stuk, is afwachten, maar om de auto's door een kombocht te zien gaan, is sowieso al mooi." Inderdaad, het zal een machtig gezicht zijn om straks het veld aan het einde van de eerste ronde door de laatste bocht te zien denderen.

Volgens Lammers wordt de Arie Luyendykbocht nog spectaculairder dan menig coureur nu denkt. "Je kunt daar naast elkaar doorheen, waarna de inhaalmanoeuvre bij de Tarzanbocht kan worden afgemaakt", stelt Lammers, die twee Formule 1-races op Zandvoort reed. "En wat ook heel bijzonder wordt, en ik realiseer me dat zelf ook nog maar sinds een paar weken, is dat het niet alleen een kombocht wordt, de baan zal daar ook nog eens een meter of twee de hoogte ingaan. Als rijder ga je dus eerst omhoog en daarna weer naar beneden het rechte stuk op. En dat hoogteverschil bij die snelheden is echt sensationeel. Ik kan niet wachten om het commentaar te horen van degene die op zaterdag de pole-position pakt."

2. Tarzanbocht als ouderwetse scherprechter

De Tarzanbocht heeft altijd al de reputatie van een scherprechter gehad. Dikwijls wordt een race op Zandvoort daar beslist en niet zelden gebeurt dit al kort na de start. Emerson Fittipaldi was zich daar bij zijn eerste bezoek aan Zandvoort al terdege van bewust. "Niet veel mensen kennen dit verhaal, maar mijn eerste race buiten Brazilië was op Zandvoort", liet de tweevoudig wereldkampioen op fluistertoon aan me weten, toen ik in Abu Dhabi bij hem aanschoof in de hospitality van zijn oude team McLaren. In 1969 deed hij op het duinencircuit mee aan het Europees kampioenschap Formule Ford. Fittipaldi startte van pole-position. "Ik herinner me dat ik me focuste op het hebben van een goede start en een sterke eerste bocht. Ik had mezelf voorgenomen om daarna een ronde lang niet in mijn spiegels te kijken en ondertussen een gaatje te slaan, zodat ze geen slipstream bij me konden pakken. Nadat ik de snelle laatste bocht was uitgekomen en terug op het rechte stuk was, keek ik voor het eerst in mijn spiegels en zag ik dat ik een voorsprong van honderd meter te pakken had. 'Fantástico', zei ik tegen mezelf. 'En niet weer in de spiegels kijken, Emerson'. Vervolgens blies ik mijn motor op in de Tarzanbocht." Het moet een pijnlijk moment zijn geweest, maar vijftig jaar later kan Fittipaldi er wel om lachen. "Het was een goede eerste ronde om in de toekomst als referentie te gebruiken!", proestte de Formule 1-legende uit Sao Paulo luid.

Volgens technisch expert Giorgio Piola was de Tarzanbocht in het verleden een van de meest uitdagende bochten in de Formule 1. "In het kampioenschap had je een paar bochten die er bovenuit sprongen. Signes in Le Castellet was zo'n bocht. Bijna niemand wist daar doorheen te gaan zonder te liften. Als journalist ging je dus daar staan om te luisteren wie er wel en niet van zijn gas ging. Eau Rouge en Raidillon horen natuurlijk ook in dat rijtje, net als een aantal bochten op de oude Nürburgring. En als je het over Zandvoort had, dacht iedereen meteen aan de Tarzanbocht", aldus Piola tijdens een gesprek in de lobby van het moderne mediacentrum van het Circuit of the Americas. "Voor de start van de race stelden we ons ook altijd op bij de Tarzanbocht. Het was ongelofelijk om twintig, dertig auto's die bocht in te zien duiken, terwijl er niets voor de veiligheid was gedaan." Met de veiligheid is het tegenwoordig heel wat beter gesteld, maar dat neemt niet weg dat menig teambaas op 3 mei met samengeknepen billen op de pitmuur zal zitten, wanneer het veld na de start op de eerste bocht afraast.

Piola had ook nog een leuke anekdote over de Italiaanse coureur Bruno Giacomelli in huis. "Zandvoort was een circuit waar je als rijder kon laten zien hoe onverschrokken je was door heel laat in de remmen te gaan voor de Tarzanbocht. Giacomelli, die in 1983 voor Toleman reed en met wie ik goed bevriend was geraakt, was wat eerder klaar met de training en vroeg mij en een collega van de Gazzetta dello Sport om met hem mee te gaan naar de Tarzanbocht, omdat hij wilde laten zien hoe laat hij wel niet durfde te remmen. 'Jongens, ik heb zo laat geremd, ik heb bijna het onmogelijke gedaan!', schepte hij tegen ons op. Daar aangekomen liet hij zo trots als een pauw zien waar hij geremd had. Vervolgens kwam er een auto aan die nog eens vijf meter later remde! En daarna zagen we Derek Warwick, zijn teamgenoot bij Toleman, op de Tarzanbocht afkomen en hij remde wel twintig meter later! 'Goede god!', riep Giacomelli uit. 'Wat doe ik verkeerd? Ik dacht echt dat ik helemaal op de limiet zat!' Het was hilarisch."

3. 'Old school' Zandvoort is voor coureurs met ballen

Onder de huidige Formule 1-coureurs staat Zandvoort bekend als een 'old school' circuit. Zij doelen hiermee op het feit dat er zich direct langs de baan gras en grind bevindt in plaats van eindeloze geasfalteerde uitloopstroken, zoals in Abu Dhabi. Elk foutje wordt dus meteen afgestraft. "Zandvoort is een echt racecircuit", zei Haas-coureur Kevin Magnussen, die de omloop kent uit de lagere raceklassen, twee jaar geleden bij één van mijn collega's. "Het circuit loopt omhoog en omlaag, de muren staan er dicht langs de baan, overal liggen grindbakken en je hebt dikke kerbstones. Ik zou daar heel graag naartoe gaan. Het is echt een briljant circuit." Dat er misschien niet zo eenvoudig kan worden ingehaald, neemt de Deen op de koop toe. "Je hebt er zeker een goede kwalificatie nodig. Maar het is het absoluut waard."

Lammers blijft er ondertussen van overtuigd dat er naast de Tarzanbocht nog meer inhaalmogelijkheden zijn in Zandvoort. "De Hugenholtzbocht is zo'n bijzondere, nieuwe bocht. Daar hebben de coureurs nog geen idee van. Of je daar kan inhalen of niet, dat moeten we gaan zien. Maar wat wel zeker is, is dat je daar met zijn tweeën even hard doorheen kan. We zullen coureurs vervolgens naast elkaar de heuvel op zien gaan richting de Hunserug en Slotemakerbocht. Het is dan de vraag wie de ballen heeft om zijn voet naar beneden te houden en als eerste het Scheivlak ingaat." Een mooi vooruitzicht voor degenen die daar straks langs de baan in de duinen zitten, dunkt me. "Bij de Hans Ernstbocht kan ook worden ingehaald, net als bij de twee bochten daarvoor, alleen doe je dat vaak niet omdat als je daar inhaalt, je bij de volgende bocht weer kan worden teruggepakt. Maar als het een paar ronden voor de finish echt even belangrijk is, zou je daar iets kunnen proberen."

4. Oranjelegioen zorgt voor 'ideale reclameplaatje'

Het circuit zou dus zo maar eens de verwachtingen van de coureurs kunnen overtreffen. Maar nog voordat zij ook maar een meter hebben gereden, zal Zandvoort al de harten van de Formule 1-wereld hebben gestolen, met dank aan het eerder in het verhaal genoemde oranjelegioen. Dankzij Max Verstappen hebben we de afgelopen jaren al bij heel wat races compleet oranjegekleurde tribunes gezien, die garant staan voor een goede sfeer langs het circuit. Bij de Grote Prijs op Zandvoort belooft het helemaal één groot feest te worden.

In Abu Dhabi bracht ik voor aanvang van de race een bezoek aan de pits van de Formule 2 en Formule 3, die zich recht onder zo'n compleet oranje tribune bevond. Terwijl de Formule 1-coureurs op een bus het circuit werden rondgereden, werd er luidkeels gezongen door de aanwezige Nederlanders. De monteurs en engineers in de Formule 2 en Formule 3 wisten niet wat ze meemaakten en stroomden massaal richting de pitmuur om het spektakel te filmen met hun mobiele telefoons. "Alsof ik bij een voetbalwedstrijd ben", hoor ik iemand opmerken. Ondertussen moet ik denken aan de taferelen die we straks bij de Nederlandse Grand Prix krijgen, als het niet enkel één tribune betreft die oranje is gekleurd, maar een compleet circuit. "Dit wordt het ideale reclameplaatje voor de Formule 1", voorziet Koen Vergeer, die in maart met een boek over Zandvoort komt. "Deze beelden gaan de hele wereld over."

5. Emmer water of zelfs natte sneeuw

Tot slot zou het weer begin mei ook nog een belangrijke rol kunnen gaan spelen. Olav Mol had het bij de aankondiging van de Nederlandse GP voor onze camera al over de welbekende emmer water midden in de wedstrijd, maar deed daar tijdens ons gesprek in december nog een schep bovenop. "Het zou zomaar kunnen dat er een vrije training niet door kan gaan vanwege natte sneeuw. Dat kan gewoon écht gebeuren", zei de Ziggo Sport-commentator, die als oceaanzeiler het nodige van het weer afweet. "Als we mazzel hebben met zijn allen, dan hebben we een mooi voorjaarsweekend. Maar volgens mij is het gemiddeld 7 graden op 3 mei. Natuurlijk is er een uitzondering. In 1979 was het misschien een keertje 25,3 graden. Maar het weer is dus wel een dingetje. Dan ga je als vader met je twee zonen naar Zandvoort en zit je met windkracht 7 en 6 graden een hele dag op een kletsnatte tribune." Voor iedereen met een kaartje valt dat laatste niet te hopen, maar een beetje regen doet de meeste races - en de winstkansen van Verstappen - meestal geen kwaad. Mol bij onze camera: "Kom maar op!"

De rubriek Herinneringen aan de Dutch Grand Prix gaat nog even door. Zo spreken we binnenkort met Gijs van Lennep, die in de jaren zeventig meerdere keren aan de start verscheen van de Grote Prijs op Zandvoort, en Jim Vermeulen, die in de jaren tachtig directeur was van het circuit. Ook komt de bekende Formule 1-fotograaf Rainer Schlegelmilch aan het woord.

Door: Erwin Jaeggi

Lammers: Arie Luyendykbocht wordt sensationeel

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. donderdag 27 februari 2020

  2. woensdag 26 februari 2020