OTD: De zeer natte inschattingsfout van Alberto Ascari

OTD: De zeer natte inschattingsfout van Alberto Ascari

22 mei 2020 – Het is vandaag 65 jaar geleden dat een van de grootste Formule 1-kampioenen een bijna fatale fout maakte. Alberto Ascari – nog steeds de laatste Italiaanse wereldkampioen F1 – nam tijdens de Grand Prix van Monaco een wel heel bijzondere afslag.



Ascari was geboren om autocoureur te worden. Zijn vader Antonio was in de jaren vlak na de Eerste Wereldoorlog een van de bekendste coureurs van Italië. Hij reed samen met een nog jonge Enzo Ferrari de Mille Miglia en was in de jaren twintig een van de vaste coureurs van het Alfa Romeo-fabrieksteam dat gerund werd door Ferrari en bekend stond als de Scuderia Ferrari. Aan Antonio's leven kwam in 1925 een einde toen hij op 26 juli op 36-jarige leeftijd tijdens de Grand Prix van Frankrijk verongelukte.

Mille Miglia

Alberto was op dat moment zeven jaar oud, maar de dood van zijn vader weerhield hem er niet van zelf ook coureur te worden. Eerst op motoren, maar later ook in racewagens. Zijn eerste teambaas was niet geheel verrassend Enzo Ferrari. Die had mot gekregen met Alfa Romeo en het team verlaten, maar mocht contractueel geen eigen team beginnen. Toch wist Il Commendatore twee auto's te bouwen en onder de teamnaam Auto Avio Costruzioni in te schrijven voor de Mille Miglia van 1940. Achter het stuur van één van de bolides: de 21-jarige Ascari junior. Hij reed lang aan de leiding, maar finishte de race niet en de Tweede Wereldoorlog zou voorlopig roet in het eten gooien van zijn raceloopbaan.

Oude bekende

Na de oorlog pakte Ascari het racen weer op. Eerst bij Maserati en vanaf 1949 bij Ferrari die inmiddels zelf een team had opgezet. Ascari maakte zijn F1-debuut in 1950 in Monaco met een tweede plaats en herhaalde die prestatie later dat jaar op Monza. De eerste jaren van de Formule 1 werden echter gedomineerd door Alfa Romeo met de befaamde drie F's, Fangio Fagioli en Farina.

Ascari wist in 1951 twee GP's te winnen, maar het echt grote succes kwam pas nadat Alfa zich aan het einde van dat jaar terugtrok uit de F1. Ferrari trok Farina aan, maar Ascari was zijn man en de geboren Milanees werd in '52 overtuigend wereldkampioen. Hij herhaalde dat kunststukje in 1953.

Overstap naar Lancia

Na een ruzie over salaris besloot Ascari Ferrari te verlaten en de overstap te maken naar Lancia. Dat nieuwe team had de auto echter nog niet klaar en het seizoen van Ascari bleef beperkt tot een paar optredens in een Maserati en – opmerkelijk – een race voor Ferrari. Aan het einde van het jaar kwam ook de Lancia nog een keer in actie.

In 1955 was de Lancia D50 doorontwikkeld en eindelijk inzetbaar. De verwachtingen waren hoog gespannen, maar er was stevige concurrentie van de Mercedes W196. In Monaco – de tweede race van het seizoen – pakte Ascari in de kwalificatie verrassend de tweede plaats achter Fangio, maar voor Mercedes-coureur Moss. Tijdens de race ging Moss hem echter al snel voorbij en Ascari leek zich te moeten neerleggen bij een derde plaats. Halverwege de race viel Fangio uit, maar Moss had een veilige marge op Ascari opgebouwd. In de garage van Lancia was men er echter van overtuigd dat Ascari kon winnen en het team gaf hem middels de pitborden de opdracht gas te geven.

De plomp in

Ascari gaf gehoor aan de oproep, maar in de 81ste van in totaal 100 rondes begaf ook de W196 van Moss het. Ascari lag nu eerste, maar wist niet dat Moss was uitgevallen. Hij gaf bij het uitkomen van de tunnel nog eens extra gas, een misrekening die hem duur kwam te staan bij de Chicane du Port (tegenwoordig de Nouvelle Chicane). De Lancia brak uit bij het remmen en schoot bij het uitkomen van de chicane door de strobalen aan de linkerkant de haven in.

De D50 met Ascari nog achter het stuur zonk direct naar de bodem van de haven en secondenlang was er niets te zien behalve kolkend water. Toen, na twintig ellenlange tellen kwam opeens de lichtblauwe helm van Ascari boven water, gevolgd door de schouders en torso van de Italiaan. Hij wist een reddingsboot te bereiken en werd met slechts een gebroken neus aan boord gehesen. Een wonder.

De race was echter voorbij voor Ascari en het zou zijn laatste Grand Prix zijn. Enkele dagen later op 26 mei 1955 kwam hij op Monza bij een test voor Lancia om het leven. Net als zijn vader werd Alberto Ascari 36 jaar.

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. maandag 28 september 2020

  2. zondag 27 september 2020