De Jong geniet in GP2: "In de Formule 1 is alles heel krom"

De Jong geniet in GP2: "In de Formule 1 is alles heel krom"

8 januari 2016 – Voor het derde opeenvolgende seizoen reed Daniël de Jong in 2015 in de GP2. Door een zware crash in Spa-Francorchamps en matige resultaten in de kwalificaties werd het sportief gezien geen geweldig jaar voor de Nederlander, maar hij sluit een vierde seizoen in de GP2 niet uit. Een mooiere raceklasse is voor hem namelijk nauwelijks denkbaar, laat hij weten in een interview met GPUpdate.net. Over de GP2, Formule 1 en zijn werk in de winter. "Dat houdt je met beide benen op de grond."



Eén puntje, behaald door een tiende plaats in de hoofdrace in Hongarije. Dat is de oogst van Daniël de Jong in de GP2 in 2015. Te mager, vindt hij zelf. De oorzaak kent hij maar al te goed: hij moet de race meestal achteraan beginnen. Kwalificeren is niet zijn sterkste punt, geeft hij toe. "De kwalificatie is enorm belangrijk in de GP2, met een goede kwalificatie heb je al negentig procent van de wedstrijd gewonnen. Dat blijft een zwakke plek van mij. Ik hoopte dat het beter zou gaan in 2015, maar het viel soms nog even tegen. Sommige kwalificaties waren bagger. In de races kwamen we vaak aardig naar voren, de auto is ook goed. Maar de achterstand die je in de eerste ronden oploopt omdat je achteraan rijdt, is heel moeilijk goed te maken."

In de race ná Hongarije, in België, ging het mis voor De Jong toen hij zichzelf tijdens de race naar voren probeerde te vechten. Een poging om Pierre Gasly buitenom in te halen in Blanchimont eindigde in tranen: er was contact tussen beide auto's en de Nederlander knalde keihard in de bandenstapels. Hij brak een ruggenwervel en moest twee raceweekends missen. "Of het, al met al, mijn lastigste jaar in de GP2 geweest is? Dat niet, ik vind mijn crash ook los staan van de rest, maar ik hoopte wel op meer. Ik kan er vooraan bij zitten, als ik de kwalificaties onder de knie krijg."

Hamilton in de Manor

Maar toch: meedoen om de ereplaatsen heeft er voor De Jong tot dusver niet ingezeten in de GP2 Series. "Natuurlijk is het best frustrerend om telkens achteraan te moeten starten. Maar aan de andere kant: ik rij liever achteraan in een competitieve klasse, dan eerste in een te makkelijk veld. Het gaat om de strijd die je moet leveren, dat vind ik het mooist. Ik zou op dit moment geen klasse kunnen noemen die competitiever is dan de GP2. Iedereen heeft precies hetzelfde materiaal, het gaat echt om de coureur."

"Vergelijk dat maar eens met de Formule 1", vervolgt de 23-jarige coureur. "Als je daar Hamilton in een Manor zet, komt hij ook niet verder dan de vijftiende plek. Als je dan ziet welke bedragen er op tafel moeten worden gelegd voor een Formule 1-stoeltje bij een klein team... Dan vraag ik me wel eens af: heb je daar nou echt plezier in? Voor zulke bedragen kan je ook vijftien jaar GP2 rijden en het mega naar je zin hebben. Ik snap heus wel waarom Formule 1 zoveel kost, er zit een enorm team omheen. Maar om als coureur er nou alles voor over te hebben om daar een jaartje te rijden? Wat schiet je daarmee op, met één jaartje? Het is voor veel coureurs een jongensdroom, dat weet ik. Voor mij vroeger ook. Maar nu denk ik vooral, als ik het op een nuchtere en logische manier bekijk: eigenlijk is het allemaal heel krom. De Formule 1 is een soort droomwereld. Maar als je de huidige Formule 1-coureurs vraagt aan welke periode in hun carrière ze het meeste plezier beleefd hebben, zullen de meesten toch een lagere klasse noemen. Omdat daar echte strijd is, echte gevechten op de baan."

"Bovendien: veel goede coureurs halen de Formule 1 nooit", weet De Jong. Hij spreekt uit ervaring, want voor GP2-kampioenen bleek het de laatste jaren niet eenvoudig om door te breken naar de Formule 1. Zo heeft kampioen Stoffel Vandoorne ondanks zijn indrukwekkende optreden geen racestoeltje weten te veroveren voor 2016, maar zou het zomaar kunnen dat Rio Haryanto wél aan de slag kan in de koningsklasse van de autosport. De nummer vier van het afgelopen GP2-kampioen maakt door zijn sponsorgeld uit Indonesië een goede kans op een stoeltje bij Manor. De Jong: "Het gaat niet alleen om talent, ook om het financiële plaatje. Dat is wel eens krom. Soms denk ik wel eens, als ik dat allemaal zie: ik ga eigenlijk liever tennissen of zo."

Na drie seizoenen in het achterveld van de GP2 te hebben vertoefd, zou De Jong ervoor kunnen kiezen om zijn heil te zoeken in een klasse waarin hij wel weer om de zeges kan strijden. Hij ziet het anders: "Ik wil me meten met de besten, in een zo competitief mogelijke klasse. Dat is de GP2. Het gaat mij om de strijd die je moet leveren op de baan. In de Formule Renault stond ik wel eens op het podium. Leuk hoor, maar dan denk je ook: is dit het nou? Zo'n beker is leuk, maar boeit eigenlijk niet. Het gaat om de strijd. Ik wil dat het bloed, zweet en tranen kost om zo hoog mogelijk te eindigen. Uit een mooie klassering in een competitief veld haal ik meer voldoening dan uit een podiumplek in een lagere klasse."

Verstappen en koffiebekers

Sinds het afgelopen jaar draait het in de Nederlandse autosport vooral om één man: Max Verstappen. De Limburger debuteerde als jongste debutant aller tijden in de Formule 1 en door zijn prestaties is zo'n hype rond hem ontstaan, dat de aandacht voor andere Nederlandse coureurs logischerwijs wat afneemt. Dat zag De Jong al wel aankomen: "We wisten van tevoren dat veel aandacht naar hem uit zou gaan, daarom overwogen we ook even om naar de Verenigde Staten te gaan. Maar als je dan ziet wat dat allemaal zou kosten...dan zou het een wel heel extreem uit de hand gelopen hobby zijn geworden, haha. Zeker omdat je dan toch voor een jaar of drie wil blijven. Je moet dan je eigen sponsors meenemen, die betalen feitelijk je salaris. Het is allemaal zo duur. Ik zeg wel eens: om miljonair te worden in de autosport, moet je eigenlijk eerst miljardair zijn. Dan word je vanzelf weer miljonair."

"Het team MP hadden we natuurlijk al en de GP2 is een supermooie klasse, dus uiteindelijk dachten we: waarom zouden we weg willen gaan?", legt hij de keuze om in Europa te blijven uit. "Aanvankelijk was de bedoeling dat 2015 dan mijn laatste jaar zou worden in de GP2, ook omdat we keken naar de LMP2. Ook een mooie klasse, maar een serie die nog wat tijd nodig heeft. Het zou nu iets te vroeg zijn om daarin te stappen, de onderlinge verschillen tussen de auto's zijn enorm groot. En zoals ik al zei: het gaat mij om de strijd. Dus sportief gezien is GP2 gewoon het gaafst."

Of hij in 2016 ook weer GP2 rijdt, kan De Jong nog niet zeggen. Hij verwacht aan het eind van deze maand duidelijkheid te kunnen geven, al laat hij doorschemeren dat zijn voorkeur uitgaat naar nog een seizoen GP2 bij MP Motorsport, het team waarvan zijn vader de eigenaar is. Maar tot het seizoen begint is De Jong met heel andere dingen bezig. "Met trainen, uiteraard. Daarnaast zit ik in de simulator. Want hoewel ik altijd niet zo'n liefhebber van de simulator geweest ben, is het toch goed om even op de circuits te rijden. Verder werk ik voor het bedrijf van mijn vader. Momenteel ben ik bijvoorbeeld bezig met het fabriceren van koffiebekers, daarnaast help ik met de financiële kant van het bedrijf. Dat heb ik altijd al super boeiend gevonden."

"Ik vond het ook belangrijk om iets als 'Plan B' te hebben, voor als ik ooit stop met racen, en mezelf op een ander vlak te ontwikkelen", zegt De Jong over zijn werkzaamheden buiten het circuit. "Het is heel wat anders dan racen, maar dit doe ik er al jaren naast. Het is een goede afleiding, je hebt iets te doen en bovendien houdt het je nuchter. Als je lang in de autosport zit en je rijdt bijvoorbeeld de neus van de auto eraf, kan je snel denken: zet er gewoon een nieuwe op. Zonder erbij stil te staan hoeveel dat kost. Door ander werk ernaast te doen, besef je ook hoe hard je moet werken voor vijftig euro. Dat houdt je met beide benen op de grond. En bovendien: als je een keer een boze klant aan de lijn hebt, krijg je ook weer extra zin om te racen."


Door: Roland Mather


gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. woensdag 8 april 2020

  2. dinsdag 7 april 2020

  3. maandag 6 april 2020