Top-10: De beste Indy 500's ooit [deel 1]

Top-10: De beste Indy 500's ooit [deel 1]

23 mei 2020 – Met een ongekende geschiedenis was het niet bepaald een sinecure om een selectie te maken uit de beste edities. De races die het net niet gehaald hebben waren onder meer de 2017-editie, met de schitterende overwinning van Takuma Sato. Ook de zege van Jacques Villeneuve in 1995 en de clash tussen Emerson Fittipaldi en Al Unser Jr in 1989 hebben het niet gehaald. Ook races die achter de Safety Car tot een einde kwamen staan niet op de lijst.



Uiteindelijk is er een selectie van tien races gemaakt, de nummers 10 tot en met 6 behandelen we vandaag. Morgen (zondag) volgt het tweede deel met de ultieme climax.


10. Sullivan spint en wint in 1985

Mario Andretti had het initiatief grotendeels in handen in het eerste deel van de Indy 500 van 1985, maar Danny Sullivan had inmiddels onder de knie hoe hij zijn wagen voor de slotfase van de race moest finetunen. Hij had dat meegekregen van Penske-teamgenoot Rick Mears, die nog altijd geblesseerd was van een crash een jaar eerder op Sanair.

De March 85C van Sullivan werd gedurende de race steeds sterker en vond relatief gemakkelijk de aansluiting bij Andretti. Bij het ingaan van de 120ste ronde probeerde Sullivan aan de binnenkant van de eerste bocht binnendoor te steken, maar omdat hij daar deels van de baan moest raakte zijn wagen uit balans. 

Sullivan spinde, en normaal gesproken zou je verwachten dat hij na zo'n incident uitgeschakeld zou zijn. Op miraculeuze wijze raakte hij de muur echter niet. Ook opvallend was de wijze waarop Andretti door het rookgordijn wist te sturen zonder de wagen van Sullivan te raken. Minder dan twintig ronden later zette Sullivan zijn wagen wederom aan de binnenkant bij Andretti en deze keer gaf hij die leidende positie niet meer af.

9. Het cadeau van Hildebrand aan Wheldon, 2011

Het 100-jarig bestaan van de Indy 500 werd in 2011 gevierd met een epische wedstrijd, omdat een aantal neutralisaties niet samenviel met de strategische gokjes die bepaalde teams en coureurs genomen hadden. Chip Ganassi Racing-coureurs Dario Franchitti en Scott Dixon moesten hun wagen daardoor op de laatste druppels brandstof naar de finish brengen.

Twaalf ronden voor het einde moest Danica Patrick de leidende positie opgeven, Bertrand Baguette kwam daardoor aan de leiding. Maar ook hij moest in de 197ste ronde naar de pits komen voor een zogenaamde splash and dash. JR Hildebrand kwam daardoor aan de leiding voor Panther Racing, een team dat met Dan Wheldon al drie keer tweede was geworden in de 500.

Diezelfde Wheldon was voor 2011 overgestapt naar Bryan Herta Autosport, een onervaren renstal in IndyCar. In slechts het tweede IndyCar-evenement van Bryan Herta Autosport leek Wheldon af te stevenen op de tweede plaats, het leek een onmogelijke opdracht om Hildebrand nog in te halen.

In de laatste ronde poogde Hildebrand om achterblijver Charlie Kimball langs de buitenkant in te halen in de laatste bocht. Hij had daarbij zoveel onderstuur en vloog in de muur. Hij had zoveel snelheid dat hij nog altijd als tweede aan de finish kwam, maar de overwinning ging die dag naar Wheldon. Hij had tot op het moment van de crash nog geen meter aan de leiding gereden, maar toen hij het deed waren het de belangrijkste meters van de race.

8. Van de hotellobby naar Victory Lane, 1987

Deze race had hier eigenlijk niet hoeven staan. Mario Andretti reed in 1987 voor Newman/Haas Racing in een Lola-Chevrolet met ene Adrian Newey als engineer. Hij gaf de tegenstanders weinig hoop in de eerste 177 ronden van de race, waarvan hij er 170 aan de leiding ging. Maar zoals wel vaker zat het venijn in de staart. Andretti had een ronde voorsprong op Roberto Guerrero totdat er een klepveer kapotging.

De Colombiaan ging daardoor aan de leiding, maar zijn wagen was beschadigd nadat hij tegen het wiel van Gary Bettenhausens wagen knalde. Het wiel werd in de tribune gelanceerd en een toeschouwer kwam daarbij om hem leven. Na dat incident vertoonde ook de koppeling gebreken, na een pitstop kon hij slecht van zijn plek komen. Na zijn laatste stop kwam hij als tweede terug op de baan.

Al Unser werd daardoor de nieuwe leider. De veteraan had aan het begin van de maand helemaal geen zitje, maar mocht plaatsnemen in de derde Penske-inschrijving toen Danny Ongais tijdens de trainingen zwaar geblesseerd raakte bij een crash. De wagen die Unser bestuurde, een March-Cosworth 86C, moest voor de race uit een hotellobby gehaald worden waar die stond tentoongesteld. Pas in de tweede kwalificatie wist Unser zich in de race te rijden.

Vanaf een twintigste startplaats was de opmars van Unser behoorlijk indrukwekkend. Hij scoorde zo zijn vierde en laatste Indy 500-zege, achttien jaar na zijn eerste overwinning op de Brickyard.

7. Hornish nipt voor Andretti, 2006

Lang leek het erop dat Wheldon onderweg was naar zijn tweede achtereenvolgende zege. Hij dicteerde de eerste 140 ronden, gevolgd door teamgenoot Scott Dixon en Penske-polesitter Sam Hornish Jr. Beide achtervolgers kregen echter een straf waardoor ze teruggeworpen werden, maar ook Wheldon kwam de pechduivel kregen en een ongelukkige neutralisatie zorgde ervoor dat hij terugviel in de schoot van het peloton.

Voor nieuwkomer Marco Andretti, die op de tweede plaats lag maar net daarvoor in de pits was, kwam de gele vlag als een zegen. Na de herstart wist Andretti zijn vader Michael zonder al te veel moeite te passeren en ook Hornish volgde niet veel later.

In de voorlaatste ronde probeerde hij de kleinzoon van Mario bij het insturen van bocht 3 te passeren, maar hij verloor zoveel snelheid dat een nieuwe poging onwaarschijnlijk leek. Hornish herstelde zich echter en deed een uiterste poging in de laatste vijf bochten. Bij het uitkomen van de laatste bocht zat de IRL-kampioen van 2001 en 2002 in de slipstream van Marco. Hij timede zijn passeerbeweging perfect en versloeg de rookie door de overwinning te pakken met een marge van 0.0635 seconde, de op drie na kleinste winstmarge in de historie van het evenement.

6. Het titanenduel tussen Sachs en Foyt, 1961

Een heel aantal grote namen kwam in 1961 aan de start van de legendarische race. Maar het was niet Jim Hurtubise, Jim Rathman, Rodger Ward of zelfs Parnelli Jones die de overwinning pakte. De strijd ging tussen AJ Foyt en polesitter Eddie Sachs. Zij domineerden en vochten in het afsluitende deel van de race.

Zijn snelheid was gedurende de race behoorlijk goed, maar Foyt was verrast toen hij Sachs bijhaalde en relatief eenvoudig passeerde in de 170ste ronde. Hij zag daarna een pitbord van zijn crew met 'weinig brandstof' en realiseerde zich dat zijn team een fout had gemaakt bij het tanken: hij was zo snel omdat hij met minder brandstof reed. Foyt was razend, maar bracht zijn wagen in de 185ste ronde toch in de pits voor de nodige brandstof. Na slechts acht seconden schoot hij weer in gang, maar de overwinning leek buiten bereik te zijn.

Anderzijds had Sachs zijn eigen problemen. Hij reed weliswaar met een volle tank, maar had daarbij iets te veel van zijn banden gevraagd waardoor het loopvlak bijna volledig verdwenen was. Hij kwam een ronde later in de pits en gaf Foyt zodoende zijn eerste van vier Indy-overwinningen op een presenteerblaadje.

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. woensdag 27 mei 2020

  2. dinsdag 26 mei 2020

  3. maandag 25 mei 2020