De mooiste dag uit mijn carrière: Arie Luyendyk en de Indy 500

De mooiste dag uit mijn carrière: Arie Luyendyk en de Indy 500

24 mei 2020 – In de rubriek 'De mooiste dag uit mijn carrière' blikt GPUpdate.net met prominenten terug op het meest bijzondere moment uit hun loopbaan. Deze aflevering staat in het teken van de Indy 500, die dit weekend stond gepland. Bij gebrek aan echte actie ruim baan voor de mooiste dag van Arie Luyendyk: hoe een nuchtere jongen uit Sommelsdijk dertig jaar geleden 'the Greatest Spectacle in Racing' won.



Datum: 27 mei 1990

Plaats van handeling: Indianapolis Motor Speedway

Wat vooraf ging: Voor een goed begrip moeten we terug naar 1981, het jaar waarin Luyendyk voor het eerst een bezoek brengt aan de Brickyard. "Dat noemen we vaak onze huwelijksreis, maar eigenlijk hebben we helemaal geen huwelijksreis gehad. We zijn meteen afgereisd naar Amerika, ik reed daar al in de Formule Super Vee. In één van de tripjes die we tussen de races door maakten, gingen we als toerist naar de Indianapolis Motor Speedway. Daar hebben ze zo'n busje waarin je wordt rondgereden. Wij ook in dat busje, maar ik dacht meteen 'wow, dit is best smal. Als ze hier met meer dan tweehonderd mijl overheen knallen, jeetje dat zal wat zijn'. Mijn eerste indruk was dus 'link' en mijn tweede gedachte 'heel link'." Op dat moment kan Luyendyk nog niet bevroeden dat hij later uitgerekend hier zal winnen. "In 1984 was ik er weer, toen stond ik tijdens de Indy 500 aan de binnenkant van Turn 1 met mijn moeder. De eerste auto die aankwam, ging volgas Turn 1 in en ik dacht alleen maar 'holy shit, dat gaat echt hard'. Niet veel later knalde er eentje keihard de muur in. Ik had na die dag niet meteen zoiets van 'ik wil hier rijden', eerder 'ik weet niet of ik hier überhaupt wel wil rijden'."

Maar een jaar later gebeurt het toch. Luyendyk staat in 1985 voor het eerst op de startlijst van de Indy 500, editie 69. "In die tijd konden we nog twee weken lang iedere dag testen. Maar wij hadden als klein team maar één auto en een klein budget, dus ik moest erg oppassen dat ik niet zou crashen. Dat wilde ik sowieso niet, want ik had die klap nog helder op mijn netvlies staan." Luyendyk speelt het dus safe, voor zover dat kan op de snelheidstempel van Indianapolis. "Ik heb alles voorzichtig gedaan, zeer bewust van waar ik mee bezig was. Maar na driekwart van de race kreeg ik toch een bepaald ritme te pakken, ineens viel het kwartje. Dat was ook het moment waarop ik voor het eerst dacht 'hey man, I really like this', psychologisch heel belangrijk. Dat mentale aspect is sowieso cruciaal op Indy waar het zo hard gaat, het zo link is en de ongelukken zo groot zijn. Om succesvol te kunnen zijn, moet je allereerst veel zelfvertrouwen hebben."

Dat zelfvertrouwen krijgt een enorme boost met het geslaagde debuut in '85. Luyendyk eindigt als zevende en ontwikkelt zich in de jaren daarna tot specialist. Of zoals hij het zelf omschrijft: "Ik voelde me als rijder echt klaar voor een goed resultaat op Indy." Het materiaal ontbreekt dan nog, maar ook daar komt verandering in. "Vlak voor het seizoen 1990 werd aangekondigd dat we de Chevy Ilmor-motor zouden krijgen, dat was absoluut dé motor om te hebben, vooral op Indy. Toen ik dat hoorde, wist ik meteen 'dit kan weleens heel leuk worden op Indy'." Het blijken profetische woorden in de 'Month of May'. "We waren continu snel en toen we ons op de eerste startrij kwalificeerden, was ik al helemaal 'pumped up'. Ik ging vol vertrouwen die race in, echt met het idee 'ditmaal kan ik winnen'."

Wat er op die dag zelf gebeurde: Het vertrouwen is dus groot als Luyendyk op die 27ste mei de woorden 'gentlemen start your engines' hoort. Het geluid van honderdduizenden toeschouwers wordt overstemd door 33 ronkende motoren, niet veel later schiet het veld in gang voor wat een bloedsnelle editie zou blijken. Dat Luyendyk enkele uren later de geschiedenisboekjes in kan, staat dan nog in de sterren geschreven. Sterker nog: na de openingsfase ligt hij bijna een halve ronde achter op de leidende Emerson Fittipaldi. "Maar dat was geen drama hoor. Met mijn kompaan op de radio had ik afgesproken dat hij me pas zou waarschuwen als ik meer dan twintig seconden of meer dan een halve ronde achter lag. Op het moment dat je bijna wordt gelapt, dan heb je namelijk wel een probleem." Zover komt het niet, al worstelt Luyendyk nog wel met een ander euvel. De openingsfase is qua afstelling een soort work in progress. "In de eerste stints had ik veel last van onderstuur. Tijdens de eerste drie pitstops hebben we echt keihard moeten werken aan de roll-bar settings en aan de vleugelafstelling, alles om dat onderstuur weg te krijgen."

Tegelijkertijd komt er een aanvullend probleem aan het licht: blaarvorming op de banden. Luyendyk krijgt er ook mee te maken, maar uiteindelijk blijkt het een bondgenoot te zijn. Het zorgt er namelijk voor dat Fittipaldi een slok van de befaamde melk kan vergeten. "Bij jongens als Emerson Fittipaldi en Al Unser Jr. was het nog veel erger. Die moesten allebei een extra pitstop maken. Bobby Rahal en ik niet." Hierdoor valt Fittipaldi weg en moet Luyendyk alleen nog met Rahal afrekenen. "Toen we het onderstuur eenmaal hadden opgelost, ging het heel 'smooth'. Ik kwam snel dichter bij Rahal en reed rondenlang op qualifying speed." Luyendyk ruikt bloed en bereidt zich voor op dat ene moment: een aanval op de troon, hét moment suprême. "Ik kreeg een slipstream van de achterblijver Scott Goodyear en daarna nog eentje van Rahal zelf. Ik had een hogere topsnelheid en kon mijn auto ernaast zetten bij Turn 3. Je zag dat hij nog naar beneden wilde sturen, hij had mij duidelijk niet verwacht. Daarna was het eigenlijk klaar. Hij was gezien, ik liep meteen een paar seconden weg."

De klus lijkt geklaard, maar dat is buiten het voor Luyendyk spannendste moment van de hele race gerekend. "Ik moest nog een pitstop maken, dat was voor mij het meest cruciale moment. Toen ik de pits inreed, was ik behoorlijk nerveus. Zo van 'shit, als ik de auto maar niet laat afslaan'. Die dingen waren namelijk zo moeilijk te schakelen, echt niet normaal. 'Make sure it gets into first gear' spookte steeds door mijn hoofd. Anders was het een enorme anticlimax geworden." Maar het scenario van een eerste rijles blijft uit, de auto slaat niet af. Luyendyk kan daarna onbedreigd op eeuwige roem af. "Maar in die laatste rondjes spookte er weer van alles door mijn hoofd. 'Holy shit, nu echt even op die laatste rondjes focussen' zei ik tegen mezelf. Want ondertussen zag ik mijn ouders en schoonouders al helemaal voor me, zittend voor de televisie in Nederland. En ik dacht onder het rijden ook 'holy shit, ik ga een miljoen dollar winnen'." Dat laatste lukt, Luyendyk pakt de chequered flag als eerste. Met zijn ouders in Nederland, maar wel met zijn zus op de tribune. "Ze was nog nooit bij een IndyCar-race geweest en is nadien ook nooit meer geweest. Maar die dag zat ze wel op de tribune. Alle mensen om haar heen feliciteerden haar. Dat was zo speciaal, ze stond zelfs te huilen."

Hoe het daarna verderging: Een vulkaanuitbarsting van vreugde maakt zich meester van de Brickyard. Luyendyk heeft als eerste Nederlandse winnaar geschiedenis geschreven, maar dat besef is er nog niet. "Ik zat op dat moment echt in een roes, het was surreëel. Er staan duizenden mensen om je heen, maar dat heb je niet eens in de gaten. Je zit zo in je eigen wereldje", herinnert hij zich. "Ik reed naar de 'winner's circle', deed mijn helm af en trok [mijn vrouw] Mieke even in de cockpit. Daar hadden we samen een momentje, dat was voor mij best wel emotioneel." Na de eerste plichtplegingen gaan zijn gedachten ook uit naar zijn familie in Nederland. "Daar heb ik meteen de tijd voor genomen inderdaad. Volgens mij heb ik mijn ouders zelfs op weg naar de perskamer gebeld. Die waren natuurlijk ook emotioneel. Mijn ouders zijn sowieso altijd een enorme steun voor mij geweest. Mijn vader was nog meer racegek dan ik. Dat moment was dus prachtig voor ons allemaal."

"En als we het er nu zo over hebben, dan besef ik me weer dat die dag echt met afstand de mooiste dag uit mijn carrière is geweest. De Indy 500 blijft toch één van de grootste sportevenementen ter wereld, echt een instituut. Als je zoiets wint als een uit de klei getrokken jongen uit Sommelsdijk, is dat supercool." Het heeft zijn leven zonder meer verandert, al blijft Luyendyk daar zelf vrij nuchter onder. "Nou ja, het 'elevate' vooral je status hè. Toen ik op het vliegveld van Indianapolis aankwam, herkenden mensen me allemaal. Nou gebeurde dat sowieso wel, omdat ik de enige was die er als een hippie uitzag. Maar na die Indy-zege kwam ik aan en zeiden ze 'we hebben je in de businessclass gezet hoor' terwijl ik helemaal nergens om vroeg. Voor de Indy-winnaar wilde iedereen goed zorgen. Tegelijkertijd was dat ook wel vreemd. Mensen die me voorheen gewoon aanspraken, spraken me na die zege ineens anders aan. Als een held. Maar dat vind ik onzin, want ik ben altijd met beide benen op de grond gebleven. Uiteindelijk ben je gewoon autocoureur die een race heeft gewonnen."

Zeven jaar later zou die nuchtere coureur uit Sommelsdijk nogmaals aan het langste eind trekken op de Speedway, al valt die beleving niet te vergelijken met zijn eerste triomf. De zege van 1990 blijft voor altijd uniek. Rest ons alleen nog de vraag wanneer we eindelijk weer een Nederlandse zege kunnen verwachten. Met Rinus van Kalmthout heeft Nederland vanaf 2020 weer een ijzer in het vuur. "Ja, absoluut. En tot dusver heeft hij zich enorm bewezen in alle klassen, hij is echt een supertalent. Nu is het gewoon belangrijk voor hem om zoveel mogelijk ervaring op te doen, al kan dat tegenwoordig veel sneller dan in mijn tijd. Kijk maar naar Alexander Rossi die als nieuweling won, dat had ook niemand verwacht. Ik sluit dus niet uit dat Rinus meteen in de top-vijf kan rijden of misschien zelfs wel kan winnen, dat ligt er maar net aan hoe zo'n race verloopt. Hij heeft er in ieder geval de capaciteiten voor, ik zie het wel zitten met Rinus."

Door: Ronald Vording

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. zaterdag 31 oktober 2020

  2. vrijdag 30 oktober 2020