Top-10: De beste Indy 500's ooit [deel 2]

Top-10: De beste Indy 500's ooit [deel 2]

24 mei 2020 – Dit weekend had op de Indianapolis Motor Speedway de 104de editie van de Indy 500 plaats moeten vinden. Vanwege het coronavirus is de race uitgesteld tot het eind van de zomer, maar dat geeft ons de gelegenheid in de geschiedenis van dit pronkstuk te duiken met de tien mooiste races.



Gisteren hebben we de nummers 10 tot en met 6 behandeld, nu is het tijd voor het tweede deel: de vijf mooiste races ooit gehouden op Indianapolis.

5. Castroneves grijpt naast zijn vierde zege

Helio Castroneves begint later dit jaar – als hij zich kwalificeert – aan zijn 20ste Indy 500. Hij doet een poging om zich bij de 'Club van 4' te voegen met aansprekende namen als Foyt, Unser en Mears. Maar er wordt weleens vergeten hoe dicht de Braziliaan in 2014 al kwam bij het behalen van die vierde overwinning. Het overkwam hem al eerder, in 2003 en 2017, maar de tweede plaats van 2014 was behoorlijk nipt. De Penske-coureur werd met een marge van slechts zes honderdsten van een seconde verslagen door Andretti-coureur Ryan Hunter-Reay. De opgetelde marge van drie tweede plaatsen is nog altijd niet meer dan een halve seconde.

Het gevecht tussen Hunter-Reay en Castroneves kwam in 2014 pas in de 183ste ronde echt tot leven, maar werd abrupt onderbroken toen Townsend Bell in de 193ste ronde crashte. Na twee finishes achter de Safety Car in 2012 en 2013 wilde IndyCar dat deze keer voorkomen en dus werd de race voor enige tijd volledig stilgelegd. Met nog zes ronden te gaan kwam de herstart en slipstream speelde zoals zo vaak een bepalende rol. Leiders reden op het rechte stuk zo dicht mogelijk tegen de pitmuur waarmee ze hun tegenstanders dwongen om het via de buitenkant te proberen.

In de 197ste ronde lag Castroneves aan de leiding. Hij probeerde Hunter-Reay bij het uitkomen van de tweede bocht af te stoppen door zoveel mogelijk aan de binnenkant te rijden. Hunter-Reay dacht er echter anders over en zag zijn kans schoon de wagen tussen de gele bolide van Castroneves en het gras te zetten. Het was net genoeg. Twee ronden later lag Castroneves weer aan de leiding en deze keer had hij de binnenkant wel voldoende afgedekt.

Het werkte deze keer, maar Castroneves verloor daardoor bij het insturen van bocht 3 wel net genoeg snelheid waardoor Hunter-Reay opnieuw naar de eerste plaats opstoomde. In de laatste ronde kwam Castroneves vervolgens niet meer langszij en een historische zege voor de Andretti-rijder was een feit.

4. Unser Jr. klopt een jagende Goodyear, 1992


Nog voor de start van de race was al duidelijk dat deze editie in de geschiedenisboeken zou komen. Niet in de laatste plaats vanwege het tragische ongeval waarbij Jovy Marcelo om het leven kwam. Dit was ook de editie waarin drievoudig F1-kampioen én Indy 500-rookie Nelson Piquet op brute manier kennismaakte met de muur van de Brickyard. Guerrero vertrok van pole-position, maar nog voordat de race begonnen was, spinde hij omdat zijn banden te koud waren.

Het was een behoorlijk frisse dag en dat bleek gedurende de race ook meer dan eens. Opnieuw kwam er geen eind aan de Andretti-vloek, die al sinds 1969 bestaat. Michael ging 160 ronden lang aan de leiding, bijna net zo dominant als zijn vader vijf jaar eerder. Maar ook nu stond technisch malheur in de weg, net als bij zijn vader vijf jaar eerder… Deze keer gaf de brandstofpomp de geest met nog tien ronden te gaan.

Er ontstond een duel tussen Al Unser Jr (Galles Racing) en Scott Goodyear (Walker Racing). Die laatste verscheen aan het front na een indrukwekkende inhaalrace. Aanvankelijk had Goodyear zich niet gekwalificeerd, maar hij had de wagen van teamgenoot Mike Groff overgenomen. Voor en na de pitstops lag de Canadees voor Unser, maar met vijftien ronden te gaan kwam hij in het gedrang tussen achterblijvers. Het bleek een nog crucialer moment toen Andretti uitviel en dit het gevecht voor de overwinning werd.

Vanzelfsprekend kwam er nog een herstart na de uitvalbeurt van Andretti. Toeschouwers kregen een legendarische shootout over zeven ronden voorgeschoteld: Unser had meer ervaring, maar de wagen van Goodyear was beter. Ondanks dat had hij moeite om de defensief rijdende Unser te grazen te nemen. Hij kwam er ondanks alles niet langs en eindigde op 0.043s van Unser. Het is tot op de dag van vandaag de kleinste winstmarge in de Indy 500-geschiedenis. 

3. Mears pakt zijn beste zege, 1991

De voorlaatste deelname van Rick Mears aan de Indy 500 was niet bepaald zijn meest eenvoudige. Voor het eerst in zijn carrière crashte hij, tijdens de training, toen het rechterachterwiel van de Penske PC20 afbrak. Mears bezeerde zijn voet bij dat incident. Hij herstelde voldoende in de kwalificatie, sterker nog: voor de zesde keer in zijn carrière pakte hij pole-position (nog altijd een record) en hij was daarmee koploper op een van de meest gedecoreerde eerste startrijen ooit: AJ Foyt maakte zijn 34ste start en begon als tweede, Mario Andretti begon als derde in zijn 26ste start.

Tijdens de race leek de Lola van Michael Andretti een dominante factor te worden, maar de Penske-wagens van Fittipaldi en Mears bleven in de buurt. Beiden waren bezig met het finetunen van hun wagens in een latere fase van de race. In de 171ste ronde viel Fittipaldi uit vanwege een kapotte versnellingsbak. Mears kwam even daarna binnen voor een pitstop en kwam met een achterstand van zo'n 13 seconden weer op de baan. Andretti moest nog stoppen, maar kon dat tijdens een neutralisatie doen.

Na de herstart vonden de beide coureurs elkaar weer. Mears nam het initiatief, maar Andretti wist zich een weg langs zijn concurrent te vechten. Ondanks de koude en oudere banden vloog hij langs de buitenkant voorbij Mears. Rocket Rick bleef echter in de slipstream van Andretti zitten en pakte op spectaculaire wijze de leiding in de wedstrijd andermaal over. Ondanks dat Mario Andretti nog tot stilstand kwam in de slotfase van de race, kon zijn zoon niet profiteren van nog een neutralisatie. Mears pakte zodoende zijn vierde Indy 500-zege.

2. Een van de mooiste gevechten, 1960

In de kwalificatie werd volop gesproken over de wijze waarop Eddie Sachs met een nieuw record pole-position pakte, maar acht dagen later sneuvelde dat record alweer toen Jim Hurtubise rapper ging: 149.056 mijl per uur. Tijdens de race draaide het echter niet meer om deze records en werd het een man tegen man gevecht tussen Rodger Ward en Jim Rathmann.

Na de 95ste ronde kwam geen ander dan één van deze twee rijders meer aan de leiding, het duo was simpelweg te snel voor de concurrentie bestaande uit Sachs, Troy Ruttman en Johnny Thomson. Ward liet zijn wagen in de pits nog eens afslaan en verloor meer dan een minuut. Vanaf dat moment duurde het ruim een uur voordat hij weer aan de leiding kwam, maar toen hij dat bewerkstelligde was duidelijk dat hij het tempo had om te winnen.

Ward wist Rathmann niet af te schudden en besloot daarom over te gaan op een conservatieve strategie door banden te sparen. In de tweede helft van de race werden flink wat stuivertjes gewisseld aan kop van de wedstrijd. Toen Rathmann via zijn pitbord doorkreeg dat Thomson weer in de buurt kwam, kon de conservatieve strategie uit het raam en moest er harder gereden worden. Dat ging ten koste van het rubber. Ward zag met vier ronden te gaan ineens dat het loopvlak van zijn band volledig weg was. Hij nam geen risico's en nam genoegen met de tweede plaats door op het laatste moment in de pits te komen. Rathmann kon zodoende eindelijk winnen na drie achtereenvolgende tweede plaatsen.

1. De nieuwkomer versus de veteraan, 1982

De meeste mensen herinneren zich de 66ste editie van de Indianapolis 500 vanwege drie dingen: het tragische ongeval van Gordon Smiley tijdens de kwalificatie, de startcrash waardoor twee grote namen (Mario Andretti en AJ Foyt) uitgeschakeld werden en het feit dat Gordon Johncock zijn tegenstander Rick Mears de baas was na een bloedstollende finale.

Eenmaal aan de race begonnen draaide het uit op een duel tussen Mears en de bloedsnelle veteraan Johncock, in 1973 en 1976 al winnaar van de 500. Met nog veertig ronden te gaan was er een herstart waarbij Mears de leiding pakte tot hij op het achterste rechte stuk weer gezelschap kreeg van Johncock. Mears kon met zijn wagen verschillende lijnen rijden in de bochten en probeerde zijn tegenstander op die manier van de wijs te brengen, maar de superieure topsnelheid van Johncock zorgde ervoor dat hij er keer op keer voor kon blijven. Het was een briljant gezicht.

In de slotfase van de race moesten beide heren nog eens naar binnen voor een splash and dash. Mears kwam in de 183ste ronde als eerste binnen. Daarbij beschadigde hij niet alleen zijn voorvleugel op de achterkant van een achterblijver, hij kreeg ook veel brandstof waardoor zijn tempo erna niet geweldig was. Johncock kwam drie ronden later binnen en had een voorsprong van elf seconden na de stop. Mears gaf alles en wist de achterstand weg te werken. Aan het eind van de voorlaatste ronde was het snelheidsverschil zo groot dat het leek alsof een wisseling van de wacht onvermijdelijk was.

Maar opnieuw was Johncock te slim en de jonge Mears kreeg geen kans zijn wagen langszij te zetten. In een uiterste poging, bij het uitkomen van de laatste bocht, zette Mears zijn wagen nog eens aan de binnenkant, maar hij kon de overwinning van Johncock niet meer voorkomen. Het verschil was een schamele 0.16 seconde.

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. maandag 6 juli 2020

  2. zondag 5 juli 2020