Interview: Mir wil in de voetsporen van Schwantz bij Suzuki

Interview: Mir wil in de voetsporen van Schwantz bij Suzuki

17 mei 2020 – Na een bliksemstart van zijn Grand Prix-carrière moet Suzuki-coureur Joan Mir zich dit jaar bewijzen aan boord van de GSX-RR. De Spaanse jongeling barst niet alleen van het talent, het ontbreekt hem ook niet bepaald aan ambitie. Kort nadat hij zijn nieuwe contract bij Suzuki aangekondigd werd, sprak Motorsport.com exclusief met Mir.



De Moto3-wereldkampioen van 2017 was voorafgaand aan de vorige contractencyclus de meest populaire coureur op de rijdersmarkt. Mir koos voor Suzuki waar hij, na slechts een jaar in de Moto2-klasse, vorig seizoen debuteerde. Tegen sensatie Fabio Quartararo was hij in z'n debuutjaar niet opgewassen, maar desondanks toonde de 22-jarige meermaals zijn potentie.

Ondanks een aantal gemiste races vanwege een heftige crash tijdens de in-season test in Brno, waardoor de coureur op bepaalde momenten moeite had met zijn ademhaling, scoorde hij tijdens de Japanse GP een vijfde plaats. Dat is tot op heden zijn beste resultaat in de topklasse van de motorsport, maar Mir droomt van meer. En hij spreekt dat ook hardop uit.

Wanneer wist dat je wilde blijven racen voor Suzuki?
"Om eerlijk te zijn wist ik al een hele tijd dat ik wilde blijven. Dat is een proces dat nooit voorbij is. Suzuki gaf mij de kans en liet mij na een verloren jaar in de Moto2 debuteren in de MotoGP. Voor mij was 2019 een leerjaar en nu, in het tweede seizoen, ben ik volgens mij sterk genoeg om mooie dingen te laten zien. Ik hoop mooie resultaten te scoren en te staan waar ik thuis hoor. Ik weet dat ik nog ervaring op moet doen, ik zit nog niet op het niveau van de rijders voor me. Met die wetenschap moet ik nog twee jaar voor Suzuki rijden om te blijven groeien. Ik heb vanaf het begin in dit project geloofd, met Suzuki winnen is een droom. Daarmee zou ik in de voetstappen van Kevin Schwantz treden, dat is altijd mijn idool geweest. Dat soort dingen geven mij de motivatie om bij dit team door te gaan."

Om te winnen moet je een goede motor hebben. Heeft Suzuki het technische niveau bereikt om constant voor overwinningen mee te doen?
"Daar ben ik van overtuigd. Ik spreek vaak over mezelf, maar ik spreek ook namens het team. Ik denk dat Suzuki een beetje op mij lijkt, we hebben nog wat ervaring nodig en moeten groeien. Een rijder heeft een paar jaar nodig voor hij successen kan boeken, de motor kent en een rijder van het merk kan worden. Ieder jaar wordt de motor beter en sterker, dat sterkt mijn geloof dat je als rijder mee kunt groeien. We hebben hetzelfde doel, we willen samen groeien, het zou geweldig zijn om goede resultaten te boeken en het kampioenschap samen met Suzuki te pakken. Dat is wat ik als Suzuki-rijder graag zou willen. Ik heb de MotoGP gehaald en nu is het tijd voor de volgende stap. Dat is de echte reden om door te gaan."

Je ontwikkeling stokte afgelopen seizoen een beetje door je testcrash op het circuit van Brno, zonder die terugslag zou je wellicht tegen het einde van het seizoen voor podiums gevochten hebben. Wat voor doelen stel je wat dat betreft voor dit seizoen?
"Ik heb afgelopen jaar best veel pech gehad. De races waar Alex [Rins] het podium haalde, stond ik er eigenlijk niet bij. In Austin reed ik pas mijn tweede race en in Jerez kwam ik ten val, ondanks dat de motor heel goed werkte. In Silverstone kon ik vervolgens vanwege m'n blessure niet racen. Toen ik terugkeerde tijdens de volgende race in Misano, kon ik direct met Alex om de positie vechten. In het laatste deel van het kampioenschap stond ik er beter bij, ook toen hij niet zo goed presteerde. Ik denk dat de anderen beter zijn geworden en wij een beetje stilstonden. De blessure heeft mijn ontwikkeling niet geholpen, maar ik ben heel erg tevreden met de manier waarop ik terug ben gekomen. Ik stond altijd in de top-acht of in de top-zes. In 2019 hadden we een beetje pech, maar ik heb ontzettend veel geleerd."

Welke aspecten van jezelf kun je nog aan werken om als rijder op een beter niveau te komen?
"Er zijn veel aspecten die ik kan verbeteren. Daarover heb ik heel veel meetings gehad met de technici van het team, zeker met teammanager Frankie (Carchedi). Ik vraag altijd: 'Wat kan ik doen?' De antwoorden worden steeds korter. Eerst noteerde hij alles in een sheet, maar ook dat werd steeds minder. Maar toch is wel duidelijk dat ik nog zaken kan verbeteren hoor. De resultaten waren afgelopen jaar niet geweldig, maar ik heb ontzettend veel geleerd. Ik kan mezelf verbeteren door mijn stijl te verfijnen, preciezer te rijden en te werken aan mijn agressiviteit. Vooral tijdens het remmen moet ik dat een beetje beter doen, ik moet nog leren hoe ik mijn agressiviteit kan compenseren door beter te remmen. Het gaat erom de balans te vinden tussen de agressiviteit tijdens het remmen en de vloeiende stijl in de bochten."

Op het circuit: van welke coureur kun je het meeste leren?
"Degene waar je altijd het meeste van kunt leren is je teamgenoot. Dat is namelijk de persoon waarmee je data kunt vergelijken. Maar ik heb van veel toprijders kunnen leren, de rijders die races winnen. Hun positie en de manier waarop ze rijden met de motor is bijna perfect. Het lijkt altijd alsof ze heel agressief zijn, maar eigenlijk proberen ze zo weinig mogelijk van de motor te vragen. Daardoor kun je sneller rijden en ik vond het in eerste instantie best moeilijk om dat te begrijpen."

Na het winnen van maar liefst tien races in 2017, heb je nu bijna tweeënhalf jaar niets meer gewonnen. Mis je dat gevoel?
"Dat mis ik heel erg. Maar het was ook mijn beslissing. Als ik nog een jaar in Moto2 had gereden was het voor mij makkelijker geweest om te winnen. Maar ik houd wel van een mooie uitdaging. Ook het feit dat ik bij Suzuki kon tekenen, op de korte termijn had ik ook andere keuzes kunnen maken. Maar ik geloof in dit project en offer de resultaten in de eerste seizoenen op en ik geloof dat de overwinningen vanzelf komen."

Met wat er nu gaande is lijkt het erop dat je de goede beslissing genomen hebt. Met de huidige situatie lijkt het nagenoeg uitgesloten dat Moto2-rijders volgend jaar een goede kans krijgen in de MotoGP.
"Inderdaad. Je weegt altijd de voor- en nadelen af bij zo'n beslissing, ik had natuurlijk graag de Moto2-titel gewonnen. Dat was gezien de snelle ontwikkeling ook wel mogelijk geweest. In de derde of vierde race hoorde ik al bij de snelste rijders. Maar het was op dat moment dat ik ook een beslissing moest nemen. Ik had liever een situatie gehad waarin ik nog een jaar in de Moto2 had kunnen rijden, dat is waar. Maar ik heb zeker geen spijt van mijn beslissing, het was een trein die ik niet kon laten passeren."

In pas je tweede seizoen in het wereldkampioenschap was je meedogenloos, je pakte maar liefst tien overwinningen in de Moto3 en pakte het wereldkampioenschap. Heb je dat killer-instinct de afgelopen seizoenen kunnen behouden?
"Ik denk dat ik nog meer honger heb. Dat is zeker niet weg. Dat was de enige keer dat ik twee achtereenvolgende seizoenen in hetzelfde kampioenschap reed. Ik crashte veel in m'n eerste jaar, het was rampzalig en ik raakte geblesseerd. In het tweede seizoen won ik tien races op rij. Na een jaar in de Moto2 en nu een jaar in de MotoGP, had ik geen overwinningen meer gehaald. In mijn sportieve carrière heb ik altijd omhooggekeken en nu moet ik consolideren. Persoonlijk denk ik dat het mij lukt, maar ik moet nog uitgroeien tot toprijder in de MotoGP."

Heb je jezelf een deadline opgelegd wanneer je voor het kampioenschap wil vechten?
"Dit jaar. Dit jaar, als we mogen rijden, denk ik niet dat we voor de titel moeten vechten, maar we kunnen de koe wel bij de horens vatten. We willen elke race presteren en dan zou je ook voor het kampioenschap mee kunnen doen, waarom niet? Ik denk dat je tijdens de tests al hebt gezien dat we er goed voor staan, we moeten het alleen nog tijdens de races laten zien. Ik ben trots op mezelf en het team. Ik denk dat we het goed doen, zo halen we onze doelen in de toekomst."

gerelateerd

Reacties

Meer nieuws

  1. maandag 1 juni 2020

  2. zondag 31 mei 2020

  3. zaterdag 30 mei 2020

  4. vrijdag 29 mei 2020